Boetedoening

DigiGigi

�Waarom is het toch zo moeilijk om hardop je fouten te bekennen?�, vroeg ik hem. �Dat weet ik niet. Misschien is het moeilijker als je geen fouten m�g maken�, antwoordde hij. Daarna zwegen we, ik geknield op de grond met mijn hoofd op zijn dijbeen, hij met zijn handen in zijn nek languit op het bed.

Om vijf minuten over half elf kreeg ik zijn bericht dat hij onderweg was. Tien minuten later had ik de laatste voorbereidingen getroffen en installeerde me met een bekertje drinken en een sigaret op mijn subbiekleedje. Keek de kamer rond of ik niets was vergeten. Even voor elven drukte ik gedecideerd het restantje van de sigaret uit en nam mijn positie in. Recht voor mijn rariteitenkabinet. Mijn onderbenen gestrekt naast elkaar, mijn voeten tegen elkaar aan en gespitst, zoals ik dat ooit eens op ballet leerde. Vanaf mijn knie�n zat ik recht op. Billen naar achteren, borsten naar voren en schouders weer naar achteren. Mijn armen langs mijn lijf, de handen los voor mijn lichaam, de palmen open. Weer zoals ik dat ooit op ballet heb geleerd, merkte ik. Eerste positie. Ik buig mijn hoofd maar pas er voor op dat ik het niet laat hangen. Sluit dan mijn ogen en droom weg.

Tegen half 12 schrik ik voor het eerst op van geluiden in huis. Het gekraak dat ik voor de voetstappen van Meester houd, wordt veroorzaakt door de bovenbuurman. Mijn huid ontspant zich weer, de duizenden prikkende naaldjes trekken zich terug en het waasje van vocht voelt nu koud op mijn huid waar het even daarvoor nog een verrukkelijke sensatie was. Ik ben terug, vind het moeilijk om weer in mijn bezinningen te glijden.

Ik schuif wat ongedurig op en neer, mijn knie�n beginnen stram aan te voelen. Ik steek mijn hand uit naar het bekertje frisdrank en voel me schuldig. Dan besluit ik dat er nog wel meer schuldgevoel bij kan en steek een sigaret op terwijl ik met een zucht van genot op mijn billen ga zitten. Drie trekjes houd ik het vol. Dan druk ik met een gebaar van afkeer de peuk weer uit en vraag mezelf waar ik mee bezig ben.

Als ik rechtop ga zitten en mijn devote houding weer aanneem zie ik hem de straat oversteken. Mijn hart begint in mijn keel te kloppen. Van blijdschap en van spanning. De sleutel in het slot. De naaldjes beginnen weer te prikken. De koele buitenlucht glijdt over mijn schouders en rug als zijn handen me strelen. Ik probeer onbewegelijk te blijven zitten maar de zucht van opluchting die uit zijn schuilplaats kruipt overvalt me en schijnt me oorverdovend toe.

�Ik ben zo terug�, met die woorden loopt hij weg. Er schiet van alles door mijn hoofd en ik vraag me af wat hij in zijn auto is vergeten. Maar ik hoor hem rommelen in het huis. Gerinkel. Iets dat op een tafel of kastje wordt neergezet. Het stromen van water.

zijn handen voelen weer koud als ze me beroeren. Ik huiver en ik weet niet of het van de koele vochtigheid of van genot is. hij doet een stap weg. Ik weet wat er nu gaat komen en ik ben er klaar voor. Rust daalt over me neer. Hoe heb ik ooit kunnen twijfelen of ik de woorden wel zou kunnen zeggen? In gedachten ben ik hier al duizenden keren geweest sinds hij me de email stuurde waarin hij precies beschreef hoe de uiteindelijke ceremonie er uit zou zien.

Ik hoor hem op het bed neerzinken. Het piept een beetje.

�Draai je om.�

Ineens uit het niets is er paniek. In de paar seconden die ik nodig heb om de opdracht tot me door te laten dringen en te gehoorzamen, ben ik al tien keer heel hard weggerend. Met drie woordjes trekt hij me uit de anonimiteit waar ik zo dankbaar voor was. In volle hevigheid begint het besef te dagen dat dit het is. Als een film die versneld af wordt gespeeld zie ik zo tien situaties waarin als kind iets had gedaan wat niet mocht en mijn even zovele koppige weigeringen om excuus te vragen.

hij neemt mijn hand in de zijne. Mijn hand met de roze nagels is klein en kwetsbaar in zijn grotere hand. Ik steek mijn linker ook uit, bang dat ik anders mijn evenwicht verlies. zijn stem vraagt om de woorden. zijn �kom maar� is overdrachtelijk bedoelt en betekent �toe maar�. Ik houd mijn mond koppig gesloten maar kruip op mijn knie�n naar de veilig plek tussen zijn benen, omsluit hem door mijn hoofd tegen zijn borst aan te vleien en mijn armen om zijn nek te slaan. Verstopt, niet meer te zien.

Ik wil de woorden fluisteren maar er zit een brok in mijn keel die het kastje met mijn boetedoening afsluit. zijn handen trekken lijntjes over mijn rug. zijn nagels volgen en ontlokken me klagerige kreuntjes. hij pakt mijn schouders en duwt me een stukje van zich af. �Ga eens terug naar je plekje�, zegt hij. Ik doe een halfslachtige poging, kruip een halve knie terug voordat ik mijn hoofd op zijn been laat vallen. Iemand is de ballon in mijn buik weer aan het oppompen.

hij dringt nog eens aan, zachtjes maar vastberaden en even word ik moedig. Ik kruip terug op mijn plek en denk dat ik het kan. De afstand tussen mijn kleedje en het bed lijkt ineens een onafzienbaar grote, woeste vlakte in plaats van de halve meter die het in werkelijkheid is. Ik kan het niet. �Je bent koppig�, zegt hij een beetje laconiek alsof hij de wijsheid in pacht heeft en me moeiteloos kan doorgronden. Het duiveltje in mij wordt wakker.

�Koppig? Nee hoor dat denk ik niet�.

Ik zeg het op een toon alsof hij mijn vervelende buurjongetje is en verbeeld me dat ik niet opst� maar verrijs terwijl ik naakt door de kamer banjer onderweg naar het toilet waar ik helemaal niets te zoeken heb. Ik doe het licht aan, trek onmiddellijk door en draai me weer om, terug de kamer in. Ik knoedel me in mijn heksensjaal en staar hem peinzend aan. hij lijkt onverstoorbaar maar ik vermoed dat in zijn hoofd de gedachten net zo snel razen als in het mijne. Ik zoek koortsachtig naar een manier om mezelf te overwinnen. hij zoekt naar hetzelfde.

�Je weet dat je jezelf morgen zult haten als je het niet doet, eh?�

Ik lach om de dramatiek van de woorden.

�Jij ben van de drama, ik van het effect�, grijnst hij naar me. hij heeft gelijk. Ik zal mezelf haten als ik deze kans voorbij laat gaan. En de weg terug wordt alleen maar moeilijker hoe meer tijd ik er overheen laat gaan. Ik weet nu dat ik het kan en het ga doen. Alleen nog niet hoe.

hij staat op een trekt zijn colbert aan. Pakt zijn sigaretten en steekt ��n aan.

�Is dit een psychologische truc?�, vraag ik in een poging om bijdehand en adrem te doen en mijn ongenoegen en plotselinge angst niet te laten merken. hij schiet overeind en stevent naar het raam. �Fuck�. hij spreekt het woord langgerekt uit. Met een o, niet met een u. �Fockkkk�. Het klinkt mooi en ik moet er om lachen. hij vermaant zich en gaat op de rand van het bed zitten. �Er zit niets anders op dan dat ik weer naar Amsterdam ga meisje.�

Bedachtzaam registreert hij dat feit. Ik weet dat hij gelijk heeft. Erger nog, ik weet dat we niet verder kunnen tot ik boete heb gedaan. Zo zijn de ongeschreven, de onuitgesproken regels nu eenmaal. Ik leg mijn handen in de zijne. Buig mijn hoofd in zijn hals. Fluister met mijn lippen tegen het zachte kuiltje onder zijn oor. �Meester mag ik boete doen?�

Ineens is eng nog maar een beetje eng. hij staat het me genadig toe, maar sommeert me terug op het kleed. �Ik wil je kunnen zien en horen meisje.� Ik jammer dat het te ver weg is en met een vleugje humor zegt hij: �Dan leg je het kleedje maar wat dichter bij�.

Geknield en met mijn handen in de zijne, mijn hoofd gebogen en mijn ogen op zijn schoenen gericht, vertel ik hem dat ik ongehoorzaam, onbeleefd en brutaal ben geweest. Het voelt goed. Zo goed dat ik er ��n adem ook nog maar achteraan gooi dat ik zo juist alweer ongehoorzaam ben geweest. Eigenlijk ook brutaal en onbeleefd, maar ik vind dat het deze keer wel binnen hetzelfde vergrijp past.

Ik vraag of hij me wil straffen. hij vraagt of ik vind dat ik straf verdiend heb. Ik zeg van wel en hij vraagt wat ik dan verdient heb. Ik pijnig even mijn hersens, waren het nou 96 of 108? �96 zweepslagen Meester�, hoor ik een stem zeggen die ik niet als de mijne herken. �En wat doen we dan met het nieuwe vergrijp meisje?� Ik zucht en voeg er nog een dozijn aan toe, terwijl ik weet dat ik eigenlijk meer heb verdient. hij stemt toe en ik hoor dat hij ook weet dat ik meer heb verdient.

Ik draai me om, zink neer op handen en knie�n terwijl ik hem mijn billen aanbied. De zweep aait mijn rug, geeft zachte tikjes terwijl hij vraagt hoe we het gaan doen. Ik snap de vraag niet, in mijn hoofd is het een warboel nu. �Tellen meisje, tellen.� Ineens herinner ik het me weer en ik zeg hem dat ik iedere slag zal tellen en hem er voor zal bedanken. Ik bevestig dat ik er klaar voor ben en dan gebeurt er niets. Het blijft stil. hij helpt me op weg.

�E�n.� Ik begrijp ineens dat hij wil dat ik vooraf tel en zodra ik ���n� heb gezegd, landt de zweep op mijn billen. �Dank U voor Uw genade Meester.��Twee�. Pets. �Dank U voor Uw genade Meester.� �Drie�. Pets. Ik vergeet steeds om de volgende slag aan te kondigen. Ik kan best tellen maar vooraf tellen is raar en na de 12e slag vraag ik of ik achteraf mag tellen. hij vindt dat goed. De zweepslagen doen eigenlijk nauwelijks pijn, bedenk ik, stiekem een beetje verheugd. De volgende klap die ik krijg is met zijn vlakke hand en die komt wel aan.

�Au!� �E�n� �Dank U wel voor Uw genade Meester.� Ik mopper inwendig op mezelf voor mijn gedachten, hij kan ze echt lezen lijkt het wel. Tijdens het vijfde dozijn begin ik te huilen. Waar zijn hand nu ook landt, de plek is gloeiend en pijnlijk en de klap dringt door tot diep onder mijn huid. Na de laatste slag van dat dozijn, neemt hij me in zijn armen en ik snik in de veilige warme cirkel tegen zijn witte overhemd aan. �Heb je genoeg gehad meisje?� Ik hoor aan zijn stem dat hij me een ticket voor de uitgang aanbiedt en even sta ik in dubio. �Vijf dozijn pas Meester.� �Wil je de andere ook nog meisje?�

Ik slik, bedenk dat er nog vier dozijn aankomen en antwoord dan. �Ja Meester, dank U wel.� Ik kan niet anders, al zou ik willen. �Bied me je billen aan meisje.� zijn stem klinkt zacht, lief haast. Ik kruip weer in mijn houding. Als hij de eerste klap geeft krimp ik ineen en kruip weg. hij slaat me nog eens en ik doe het weer. �Dat doe je nooit weer.� De woorden dringen in al hun strengheid ergens tot in mijn botten. �Nee Meester, sorry.� Weer een fout gemaakt. �En sorry zou je ook niet meer zeggen.� �Nee Meester, excuus.� Ik giechel.

�Hoever zijn we meisje?� Ik ben de tel kwijtgeraakt en dus beginnen we overnieuw. �Gelukkig nog maar twee gehad�, denk ik en moet een nieuwe giechelbui onderdrukken. Als ik de volgende klappen in ontvangst neem, vergaat de lust tot lachen me snel. Tijdens het achtste dozijn denk ik dat ik niet meer kan verdragen. Als de 96ste tik op mijn pijnlijke en gloeiende vlees is beland, neemt hij me in zijn armen en zegt dat het genoeg is geweest. Deze keer protesteer ik niet maar laaf me aan zijn lichaamswarmte, drink zijn geur en aanwezigheid in. Ik ben opgelucht. Blij. En een tikje trots.

Ik vraag hem toestemming om naar het toilet te gaan. Zo vanzelfsprekend lijkt dat nu. Weer terug kniel ik tussen zijn benen. Vraag of ik hem mag eren en dienen. Het klinkt hees en zacht. Ik moet het nogmaals vragen. hij leert me praten en op mijn stem en de kracht van mijn woorden vertrouwen. hij glimlacht geruststellend op me neer als ik aan de veters van zijn schoenen begin te prutsen. Ik staar in zijn ogen maar mis een stukje weerklank. Het lijkt net alsof hij die taal niet met me wil praten. Ik kan hem niet lezen en ik mis het.

hij trekt zijn schoenen en sokken uit en ik begin zijn voeten zachtjes met olie in te wrijven. Volg de lijntjes, de heuveltjes van de aders naar zijn tenen en neem ieder aspect in me op. Zoals ik na het sollicitatiegesprek maanden geleden zijn handen uit kon tekenen, kan ik nu ook zijn voeten uit tekenen. Ik twijfel aan mezelf en neem me voor een cursus voetreflexmassage te gaan volgen. Dat lijkt me wel handige kennis voor zijn meisje. De pijpen van zijn krijtstrepen broek vallen op zijn enkels en met een handdoek probeer ik ze omhoog te doen. hij helpt me door zijn broek uit te doen. Voorzichtig glijd ik met mijn handen over zijn harige benen.

Maak kennis met zijn lijf. Blij merk ik dat ik van zijn lichaam houd. Dat ik het fijn vind om er aan te zitten en mijn handen op ontdekkingsreis te sturen. Mijn neus volgt de weg die mijn handen afleggen. Ik houd ook van zijn geur. Bedacht op luchtjes die ik niet ken snuffel ik mijn weg over zijn lichaam. hij ligt ontspannen achterover op het bed en laat me glimlachend begaan. Mijn vingertoppen glippen aarzelend tussen de openingen van zijn ondergoed. Trekken dan uit zichzelf aan de band. hij verheft zich iets en helpt me het kledingstuk af te pellen.

In tweestrijd laat ik mijn handen aan de binnenkant van zijn dijen rusten. Vraag me even af of ik hier aan toe ben. Ik onderzoek mijn binnenkant op angst of weerzin. Het is er niet. Alleen maar verlangen. Ik wil. Opgelucht dat het spook uit het verleden al verjaagd is, wil ik meer dan ooit. Voorzichtig aai ik. Trek de huid een stukje terug en ontbloot zijn piercing. Ik ben nieuwsgierig hoe het voelt om het ringetje tegen mijn tong en tanden te voelen. Met mijn wijsvinger trek ik een spoortje over de lange schacht. Steek de vinger in mijn mond om hem te proeven. Ik houd van zijn smaak.

Ik buig me over hem heen en lik een cirkeltje rond de piercing voor ik hem met mijn lippen omsluit. hij zucht instemmend en laat me een poosje begaan, verkennen. zijn woorden �je doet het goed meisje, ik vind je mooi�, wekken geen schroom of schaamte op. Alleen maar behagen. Ik houd van zijn stem en van zijn woorden. hij geeft een rukje aan mijn haar en neemt de regie moeiteloos weer in handen. hij gebaart me terug op mijn knie�n. zijn verzoek doet bekende vlinders door mijn lijf fladderen. Zo schaamteloos. Kan ik dat zijn? Ik kluister mijn ogen aan de zijne terwijl ik gehoorzaam mijn benen open. Het lijkt van levensbelang om te verdrinken in zijn ogen. hij knikt me toe.

�Toe maar meisje.� hij maakt dat ik me overgeef. Mijn vingers vinden de weg en nu kan ik wel de taal in zijn ogen lezen. hij kijkt toe. Geboeid. Ge�nteresseerd. Geil. hij buigt zich voorover en trekt mijn lippen uitelkaar. Voor een beter zicht. �Wil je liever gaan liggen meisje?� Ik knik, stamel. �Ja Meester.� �Vraag dan meisje, vragen, je weet toch dat ik wil dat je de vragen stelt meisje.� Ik knik, machteloos. Vragen is nog moeilijker dan praten.

�Mag ik gaan liggen Meester?� Ik zit nog steeds geknield. Heb niet toegeven aan de opwelling om zijn vraag als toestemming te zien. Pas als zijn antwoord komt, laat ik me achterover zakken terwijl ik hem bedank. In mijn hoofd zingt het. Weer een hindernis over en God, wat zijn er veel hindernissen. hij verschuift me wat. Gebaart me door te gaan terwijl zijn handen een graai boven mijn hoofd doen. Klemmen en knijpers tussen mijn benen leggen.

Extase bij iedere gemene kneep. Zoete pijn die zich langzaam door mijn lijf verspreid. hij haalt mijn vinger weg en zet een tepelklem op mijn clitoris. Ik blijf hangen tussen een kreet van pijn en een zucht van intens genot. De klem blijft niet zitten en in plaats daarvan zet hij de klemmen op mijn schaamlippen. Neemt de ketting in zijn hand en geeft er rukjes aan. Ik draai mijn heupen in een oeroud ritme, nu enkel en alleen gevoerd door de pijn en de blik in zijn ogen. hij zit op de rand van het bed. Raakt me niet aan. Trekt alleen aan het kettinkje. Bespeelt me als een marionet. Als ik denk dat ik niet meer kan verdragen, geeft hij me een knikje. �Maak je klaar meisje.�

Ik ken geen schroom meer. Glimlach hem dankbaar toe terwijl ik met een gretigheid die mezelf verbaast mijn vinger over de strakgespannen huid laat glijden. De pijn ebt onmiddellijk weg en ik zucht van verlichting. Smeek hem kreunend om toestemming om klaar te mogen komen als ik onherroepelijk richting een climax glijd. hij kijkt me aan en ��n angstig, verrukkelijk moment denk ik dat hij het me gaat weigeren. Dan lacht hij me toe en geeft me genadig permissie. Op zijn woorden kan ik me laten gaan en ik geniet van de verrukkelijke sensatie, de mengeling van zijn macht en mijn overgave.

Wat later lig ik in zijn armen. Luister naar zijn stem. Verwonderd kijk ik in mezelf. Realiseer me dat hij door zijn stem, woorden en opdrachten me geen enkele keer heeft toegestaan weg te zweven naar het land dat ik subspace noem. Geen seconde heeft hij me alleen gelaten, geen ogenblik heb ik de illusie gehad dat ik me in mezelf op kon sluiten.

hij geeuwt. Zegt me dan dat het vanavond niet meer van het ringen gaat komen. Ik knik instemmend. Ik vind ook niet dat ik het verdien. Nog niet.

 

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*