Nu is het beter

DigiGigi

Ik kijk en eindelijk zie ik ook. Ik ben me nog nooit zo bewust geweest van de mensen om me heen als de laatste weken. Met verwondering lees ik soms terug wat ik schrijf en dan vervult me een intense blijdschap omdat zoveel schoonheid in anderen niet onopgemerkt aan me voorbij is gegaan. Kleine momenten staan soms symbool voor een verandering, een ommekeer of een openbaring.

Zondagavond in het schemerdonker terwijl ik voorzichtig de passen van Ice Tease volgde was zo’n moment. Het was alsof het hele weekend tot een climax kwam in die luttele minuten dat ik in zijn armen danste. Ik keek op naar zijn gezicht en zijn uitdrukking van onbekommerd plezier en vreugde trof me. In mij zong het ‘zo is het goed’ en die stemming heeft me sindsdien niet meer verlaten. In gedachten krul ik me altijd en overal op in zijn armen als ik behoefte heb aan een knuffel. Als ik voor me uit zit te staren op die saaie job, dan zweef ik al snel naar hem toe en dan voel ik daadwerkelijk zijn lichaamswarmte en kan ik, als ik mijn hand uit zou strekken, de lijntjes rond zijn ogen volgen.

 

Ik ben er trots op dat we uit de negatieve spiraal van vorige week zijn geklauterd. Als ik daar nu op terugkijk, dan is dat met een beetje verbazing en ontzetting. Ik was klaar om alles overboord te gooien voor een bevlieging, een zielige poging van mijn ego om zichzelf staande te houden. Maar nu is het beter. Maandagavond. Het is al laat als ik zijn gsm-berichtje krijg. Nee ik slaap nog niet en stuur een korte boodschap terug. Ik wacht tot de telefoon begint te rinkelen. Zijn stem enthousiast met een ondertoon van tederheid. ‘Ik moest je nog even bellen’. Ik luister naar hem , intens, gespitst op iedere stembuiging en nuance. Hij maakt zintuigen in mij los waarvan ik het bestaan niet had vermoed.

 

Ik houd van de klank van zijn stem. Ineens hoor ik zijn trots als we praten over de collar die ik naar het werk heb omgelaten. Vanuit mijn tenen klimmen kleine champagnebelletjes omhoog, door mijn benen, mijn buik, langs mijn ruggengraat tot ze uitmonden in een klaterende lach. God, ik ben gelukkig. Aan het eind van ons gesprek stuurt hij me naar bed. Ik grijns tegen de telefoon en zou voor geen goud bekennen dat dit soort ontwikkelingen me opwinden en met vreugde stemmen. Ik mijmer stilletjes wat voor me uit terwijl ik de lampen uit doe en mezelf klaar maak voor de nacht. Is het mijn verbeelding of groeit de controle die Ice Tease op me uitoefent? Misschien geef ik die controle? Ik duik weg in een filosofische gedachtesprong. Wat het ook is, het voelt goed, verdomd goed.

 

Zoals zondagmiddag op het balkon. Uitgespeeld lagen we naast elkaar in de zon te bakken. Crackers en een borrel erbij. Hij speelde met de schaar die hij had gebruikt omdat vervelende plakband los te knippen. Vlak bij mijn oren hoorde ik het knippende geluid. Te lui om te bewegen laat ik hem zijn gang gaan. ‘Dat vind ik zo mooi om te zien, dat vertrouwen’. Zijn woorden dringen langzaam tot me door. Het snijdende metaal beroert mijn haren en ik voel hoe hij er stukjes afknipt. Ik vertrek geen spier en denk na over vertrouwen. Ik weet dat ik veilig ben bij hem. Een heel primitief, instinctief iets is het. Wat hij ook doet, hij zal nooit iets doen dan me schade berokkent. Ondertussen is hij ook maar mens en niet de godheid die ik soms in hem zie. Ik glimlach in gedachten. Hij maakt ook fouten maar omdat het nooit met opzet is om mij te kwetsen of te manipuleren kan ik daar over heen stappen. Ik bedenk dat ik nooit iemand heb gekend die zo eerlijk is als hij.

 

Dinsdagavond. Weer een lange, saaie dag op dat duffe kantoor. De knoop van weerzin in mijn buik wordt snel groter en ik ben al op het punt dat ik mezelf naar het werk moet slepen. Met weemoed denk ik aan de baan die ik heb opgezegd om naar Canada te gaan en houd me voor dat er vanzelf weer iets komt waarin ik mezelf weer kan zijn. Ik schud de vervelende dag van me af en kruip achter mijn computer om mail te gaan lezen. Later klinkt het bekende geluidje dat Ice Tease’s aanwezigheid op het world wide web aankondigd. De messages vliegen in hoog tempo over en weer. Het voelt alsof ik hem dagen niet heb gesproken in plaats van uren. Iets is er verandert in zijn houding. Een stukje muur is afgebroken.

 

Ik spring bijna een gat in de lucht als ik begrijp dat hij een uitnodiging voor Koninginnedag naast zich neer heeft gelegd omdat hij mijn plannen nog niet kende. In plaats van hem er mee te plagen en een goedkope overwinning te boeken overhandig ik hem met een speels gebaar een magische jutezak waar mijn tijd voor dit weekend in zit. Vrijelijk door hem over te beschikken. Ineens worden zijn letters in de chatmode vetter. Hij was even weg omdat er een random message tussendoor kwam en als ik daar een grapje over maak zie ik ineens verschijnen: ‘ik ben nu met jou bezig’. Ik slik hoorbaar, de overgang van vriendje naar Dom is weer compleet.

 

Op zijn vragen of ik aangekleed ben, waar de wasknijpers liggen en wat ik voor materiaal in huis heb voor bondage geef ik adrem antwoord. Maar daar neemt hij geen genoegen mee en ik ontkom er niet aan heel expliciet te vertellen waarom ik cyber niet zie zitten nu. Ik moet hem zien, voelen, ruiken, proeven, horen. Hij begrijpt dat en moeiteloos schakelen we weer over naar een andere versnelling. Hij wil wel even naar IRC en ik pik zijn stemming weer feilloos op. Ik twijfel even, niet in staat om te geloven dat het waar is maar dan accepteer ik met een zucht dat hij het net zo fijn vindt om met mij gezien te worden als ik met hem. Een beetje aarzelend begin ik over online collars. Het komt me raar voor dat ik de halsband 24 uur per dag draag maar niet op het net, waar dat toch een goed gebruik is. Hij heeft maar een half woord nodig en zijn ‘doen, NU’, komt snel en volgens mij met een vette grijns aan de andere kant van het scherm.

 

Woensdag. De halve nacht heb ik gewoeld, telkens weer opgeschrikt over dromen over Ice Tease. Geen nare dromen. Erotische dromen, mooie, magische dromen. In de vroege ochtend zie ik het daglicht het langzaam winnen van de nacht en ik besluit vandaag thuis te blijven. Even sta ik op het punt om de baan maar direct helemaal op te geven maar ik heb het geld simpelweg nodig dus besluit ik om mijn schepen nog niet helemaal achter me te verbranden. Als ik bij de computer kom blinkt er al een goedemorgen boodschapje van Ice op mijn scherm. Ik rek me lui uit en kijk me innig genoegen uit het raam waar de zon alweer volop schijnt. Heerlijke wereld. Ik klungel de hele dag maar wat aan, beetje lezen, beetje slapen in het zonnetje, icq en email met Ice. Aan het eind van de middag krijg ik een mailtje dat een opening biedt voor een lang weekend. Ik maak er gretig gebruik van en koester me in de wetenschap dat ik pas maandag weer naar dat rotkantoor hoef. Uitgelaten stel ik Ice er van op de hoogte en vertrouw hem toe dat er nu allerlei plannetjes bij me opkomen. Zijn reactie is geamuseerd en ik weet dat die plannetjes bij voorbaat niet doorgaan maar toch durf ik ze nu wel te vertellen zonder dat ik bang hoef te zijn voor het effect van vorige week. Inderdaad lig ik morgen niet op zijn balkon te bakken terwijl hij zich in het zweet zit te werken achter zijn bureau en nee, ik zal niet naakt en in de boeien in de keuken iets Italiaanse staan te kokkerellen als hij thuis komt, de geur van verse knoflook en oregano door het huis, een sensueel muziekje door de zonovergoten huiskamer en een fles ijskoude, frisse witte wijn klaar om ingeschonken te worden. In plaats daarvan mag ik vrijdagochtend op een onmogelijk vroeg uur mijn bed uit en om klokslag 9.00 uur bij hem voor de deur staan. Iedere minuut die ik te laat ben zal me vijf zweepslagen opleveren. En ik geniet.

 

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*