Gedumpt

DigiGigi

Ik ben vannacht gedumpt. Teruggezet in het diepvriesvak als een smaak ijs waar iemand bij nader inzien toch geen trek in heeft. Ik voelde me gekwetst. Ik voelde me afgewezen, gebruikt en vooral oerdom. Alsof ik nog steeds niets heb geleerd over mannen en hun lusten. Lichtelijk stampvoetend ben ik naar huis gewandeld. Boos op mezelf, en me afvragend of dit nu mijn lot is; bij iedere man die ik in mijn leven toelaat, er vroeg of laat achter komen, dat er weer een stukje van mijn respect en waardering voor de soort is afgebrokkeld. Oh gruwel en kwelling, waarom kunnen mannen niet met meer behoedzaamheid met de romantische ziel van meisjes en vrouwen om gaan?

Gistermiddag bracht ik door met JT en de kinderen. Ik zou blijven eten, maar besloot plotseling anders. Ik had JH in mijn hoofd, en voelde meer dan ik wist, dat ik naar de supermarkt moest om hem te ontmoeten. Ik kocht wat dingen die ik eigenlijk niet nodig had, maar die wel handig waren om op voorraad in huis te hebben, treuzelde een beetje maar kwam hem niet tegen. Net toen ik dacht, dat mijn ingeving op wishful thinking was gebaseerd en niet op een teken van hogerhand of domweg van mijn instincten, – ik kan nooit besluiten waar de tekenen hun oorsprong vinden-, zag ik dat zijn fiets in het rek stond. Toen hij een paar minuten later met een kratje bier naar buiten kwam, stond ik hem op te wachten, in mezelf spinnend vanwege mijn heksenstreken. Hij leek blij, maar ook een beetje geschrokken om me te zien. Merkwaardig genoeg begon hij me direct een verhaal te vertellen over hoe hij de voorgaande week door het oog van de naald was gekropen, en bijna was betrapt bij zijn buitenrelationele escapades met mij. Ik was afgeleid, en luisterde niet aandachtig genoeg. Hij vertelde dat zijn vriendin op de ochtend dat hij naast mij wakker werd, naar zijn huis was gegaan, omdat ze toch naar de Noordermarkt en de prima Islamitische slager in onze straat moest, en besloot hem te verrassen. Ze trof hem niet thuis, maar zag wel zijn fiets voor de deur.

Ik vond het raar, en niet zo gepast, dat hij mij over dat voorval vertelde. Ik had allesbehalve trek om deelgenoot gemaakt te worden van een soort van samenspanning, en zijn verantwoordelijkheden naar iemand anders toe, zijn niet de mijne. De gedachte bekroop me, dat het punt waarop het allemaal nog �good fun� was, schijnbaar al achter ons begon te liggen, en dat de eerste vooraankondigingen van problemen en verwikkelingen zich aan begonnen te dienen. MR zei me ooit eens, dat wanneer je het ��n keer met iemand doet, het een one-night-stand is, en wanneer je het twee keer doet, je een relatie hebt. Misschien zit daar wel veel meer dan een kern van waarheid in, want feit is, dat het tot na de tweede keer allemaal leuk, spannend, vrij en blij was, en daarna ontstonden, bij mij althans, toch de eerste verwachtingen. Ik wilde hem vaker zien, ik begon te dagdromen en te fantaseren over ontmoetingen en wat we dan zouden doen, ik begon te verlangen naar meer seks met hem maar ook naar in zijn armen rusten, wijntjes drinken en praten over het Leven en de Liefde. Kort en goed, de kiem voor een verliefdheid was gelegd, en misschien is het maar goed, dat hij die vannacht zo abrupt in de kiem smoorde, want eigenlijk zit ik helemaal niet te wachten op de chaos, de onrust en de problemen van zo een chemische obsessie.

Als ik meer op mijn �qui vive� was geweest, dan had ik direct opgemerkt, dat er op zondagochtend natuurlijk geen Noordermarkt is, en dat de meeste slagers dan ook niet open zijn. Dan was ik me af gaan vragen, waarom hij me een verhaaltje vertelde, of wat er in zijn relatie speelde, dat hij zich verhaaltjes laat vertellen. Maar ik was vooral verheugd om hem te zien, en vroeg hem of hij die avond in het caf� zou komen. Hij liet het een beetje open, -vanwege zijn werk, dacht ik-, maar toen hij een half uur na mij, en veel vroeger dan ik verwachtte na aanleiding van zijn uitspraken daarover, binnen kwam stappen, dacht ik in mijn onschuld en blijdschap, dat hij vanwege mij kwam. Ik ging er vanuit dat we, min of meer, samen uit waren en in ieder geval samen naar huis zouden gaan. Ik zat aan de stamtafel, hij schoof aan, en twee uur werden er geanimeerde gesprekken gevoerd, waarbij ik de rol van luisteraar aannam. JH is vooral een verhalenverteller, en vaak is het moeilijk om er een speld tussen te krijgen. Maar meestal luister en observeer ik graag, en als ik echt iets kwijt wil of een grotere bijdrage aan een gesprek wil leveren, dan lukt me dat wel.

Na de laatste ronde, toen de meeste caf�bezoekers waren vertrokken, en onze glazen leeg, vroeg ik hem, of hij mee ging naar een ander caf�. Ik was totaal perplex en verbouwereerd toen hij �nee� antwoordde. Ik voelde me vernederd ten opzichte van de mensen die nog aan de stamtafel zaten, en die met kleine plaagstootjes al hadden laten merken dat ze wisten dat mijn buurman en ik niet alleen suiker bij elkaar kwamen lenen. Ik had me de hele week nogal alleen gevoeld, en angstig vanwege de pijn in mijn borsten. Ik had zelfs mijn moeder gebeld om te proberen mijn zorgen te delen, maar zij bleek zichzelf zorgen te maken over haar gezondheid, en toen deed ik het zwijgen maar toe. Ik had de hele week lopen verzinnen, wie ik zou vragen om mijn borsten af te zoeken op onregelmatigheden, en ik had besloten dat, nu MR niet meer in mijn leven is, JH de enige is, met wie ik intiem genoeg was, om dat van te vragen.

Ik heb JH ten afscheid drie zoenen gegeven, of liever, hij deed het mij, en ik deed mee. Buiten heb ik een paar keer een stuk van de Prinsengracht gewandeld, niet wetend wat te doen. Mijn verstand en mijn trots zeiden me, dat het heel simpel was, en dat ik het moest laten rusten en mijn conclusies moest trekken. Ik wil niet zo behandeld worden, dus moet ik voor zorgen, dat ik mensen niet de macht over mij geef, waardoor ze me wel zo kunnen behandelen. Mijn emoties werden geleid door het kleine meisje, dat altijd bezig is te bewijzen dat ze w�l goed genoeg is. Dus slenterde ik op en neer, niet wetend of ik terug zou gaan en hem zou confronteren met mijn gevoel van afwijzing, of gewoon naar huis gaan. Net toen ik had besloten om een ander slot op mijn fiets te gaan zetten, zodat een bevriende caf�houder mijn andere, – door een afgebroken sleuteltje, onbruikbaar geworden slot door kon slijpen, kwam ik JH tegen, die toch naar het volgende caf� was gegaan en inmiddels al weer op de terugweg. Ik hield hem staande. Nodigde hem uit om, als hij dan niet naar het nachtcaf� wilde, met mij mee naar huis te gaan. Het antwoord was, natuurlijk, weer nee. Ik kon mezelf wel slaan uit woede, dat ik weer in mijn oude valkuil was getrapt. Weer dat oude patroon!

Vanochtend werd ik wakker, en ik voelde me heel sterk en zelfbewust. Ik heb om mezelf gelachen. Waarom zou ik me in vredesnaam op de kop laten zitten door iemand die 17 jaar ouder is dan ik, en nog steeds zichzelf en zijn partner bedriegt. Waarom zou ik me vermoeien met iemands lusten en angsten, wanneer daar niet ook een stuk gelijkwaardigheid en evenwicht in zit. Ik heb al zo vaak iets gehad met een man, die alleen maar kon nemen, en weinig tot niets te bieden had. Ik ben gevallen voor iemand met flair, charme en een leuke kop, hoogstwaarschijnlijk geleid door mijn eisprong, en de vermoeidheid die ik nu en dan voel omtrent mijn zelfverkozen alleenzijn. Soms wens ik me zo erg iemand waarmee ik stukjes van mijn en zijn leven kan delen. Maar de meeste mannen willen alleen maar dat je stukjes van hun leven deelt, en zijn helemaal niet ge�nteresseerd in mijn leven, wensen, verlangens en behoeftes. Ik heb weer even schoon genoeg van mannen.

 

 

 

 

 

 

 

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*