Romeo

DigiGigi

Om kwart voor tien lag ik in de stoel van de tandarts. Hij komt ergens uit India, en hij is de rust zelve. Hij is de eerste tandarts tegen wie ik niet stoer doe, en tegenover wie ik er ronduit voor uit kom, dat mijn gebit, of liever, de verkleuringen in mijn gebit, me zorgen baren. Ik baal er van en vind het lelijk. Ondertussen kan ik alleen daar echt iets aan veranderen; geen koffie en thee meer drinken, stoppen met roken en geen cola tic meer drinken. Yeah right! Dat is wel een erg forse greep in mijn favoriete genotsmiddelen.

Mijn tandarts begrijpt dat, en ik dus ga ik iedere twee tot drie maanden langs om mijn tanden te laten polijsten. Vanochtend repareerde hij ook nog een hoektand, waar jaren geleden een andere tandarts eens een stuk aan die tand had gezet, omdat hij het zo sneu voor mij vond dat ik twee ‘vampieren-tanden’ had (weggedraaide hoektanden). Daar was een stukje van afgebrokkeld. Om tien uur stapte ik weer helemaal gesaneerd de deur uit, en nu zit ik op kantoor, nauwelijks twaalf uur nadat ik hier gisteravond weg ging, en inmiddels achter mijn tweede kop koffie.

Ik baal een beetje van mijn werk de laatste dagen. De nieuwe opdrachten komen pas over een week of twee, en ik ben een aantal projecten aan het afronden. Dat is mijn minst favoriete deel van het werk. Ik moet me af en toe in houden om opdrachtgevers, die voor de zoveelste keer met wijzigingen en veranderingen komen, niet af te snauwen. En ook al kan ik de uren in rekening brengen, toch vind ik het een vervelende klus om een site voor een deel weer overnieuw te moeten bouwen omdat de kleuren bij nader inzien toch een tintje donkerder of lichter moeten. Ondertussen heb ik mijn handen wel zo vol, dat ik er niet aan toe kom om zelf nieuwe opdrachten binnen te slepen. De aangekondigde inkrimping van de ‘Lost Boys’ baart me ook zorgen; de markt voor webdesigners lijkt steeds magerder te worden, en eigenlijk is dat zo in tegenspraak met alle mogelijkheden die het internet biedt!

BB schreef me gisteren in een PS, dat hij best een beetje jaloers is op JH. Dat verwonderde me in eerste instantie, en het gaf me een ongemakkelijk gevoel. Het is al zo lang geleden dat BB en ik wel eens iets op seksueel gebied ondernamen, en sindsdien zijn we goede vrienden geworden. Echte minnaars zijn we, volgens mij, ook nooit geweest. Eigenlijk was het, voor mij, van meet af aan gebaseerd op vriendschap en een beetje meer. Soms verlang ik ook wel eens terug naar die tijd. Maar het is zo een verlangen als zachtaardig heimwee. Het is geen echte wens, niet iets wat in mijn leven in het hier en nu past. Of waar ik ruimte voor zou willen maken. Gewoon een lieve herinnering.

Op die manier denk ik de laatste tijd ook wel eens aan PP. Hoe bijzonder en spannend het allemaal was in de eerste periode, en hoe van overtuigd we er van waren dat we goed bij elkaar pasten. Binnen een week vroeg hij me om bij hem te komen wonen. Grappig genoeg, – nou ja, nu vind ik het grappig, toen ik er echt niet om lachen -, mikte hij me ook met een week opzegtermijn de straat op, toen hij helemaal voor zijn nieuwe lief ging. Dat is nu bijna een jaar geleden. En ik zwerf nog steeds rond in Amsterdam, op zoek naar een huis en huurcontract op mijn eigen naam.

Romeo vaart voorbij. Achter de boot drijven een stuk of tien waterfietsen, die ongetwijfeld voor het winterseizoen droog worden gelegd. Het is een mooi beeld. De lucht is wit-grijs vandaag, en de weinige bladeren aan de bomen rond de gracht steken er helder geel bij af. Over een week of zo zullen ze helemaal kaal zijn. En over een week ben ik me aan het voorbereiden op de verhuizing. Ik heb er nog niets geen zin in. Ik houd zo van de Jordaan.

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*