Brief aan Mars – VI

DigiGigi

Lieve Mars,

Gisteravond lag er weer zo’n nare envelop met een zwarte rand op me te wachten. Het was de bedankbrief van je familie. Op de voorkant is een kleurenfoto van jou afgedrukt, en daardoor raakte ik weer helemaal uit het lood. Misschien is het logisch dat ik weer veel aan jou denk, nu de Manager in Brazilie is. Ik doe mijn best om mijn angsten te rationaliseren en overdag lukt me dat wel aardig. Zolang ik maar in beweging blijf, kan ik iedere gedachte aan jou en aan de Manager uit mijn geest bannen. Maar ‘s avonds en ‘s nachts is dat veel moeilijker.

Ik ben heel erg moe. Overdag voelen mijn ogen zo zwaar, dat ik soms denk dat ik staande in slaap kan vallen. In bed lig ik te woelen en heb ik maar steeds nachtmerries. Ik word zo om de anderhalf – twee uur wakker. Ik begrijp niet waarom ik zo slecht blijf slapen; je zou veronderstellen dat er een grens is aan de hoeveelheid slaap die iemand kan missen. Ik heb de afgelopen tien dagen maar een nacht goed slapen en dat was toen FF bleef crashen na een avond wijnen en praten. Ik denk nu dat het er mee te maken heeft dat ik me alleen niet veilig voel, en als dat klopt, dan heb ik een behoorlijk probleem. Want ik slaap nu eenmaal vooral alleen.

Toen ik je foto gisteren zag, bedacht ik dat ik je nodig weer eens moest spreken. Stom, want ik weet natuurlijk heel goed dat je dood bent. Ik ben benieuwd hoe lang het duurt voordat het besef echt helemaal doordringt. De afgelopen weken heb ik niet zo veel meer aan je gedacht. De manager heeft jouw plek ingenomen. Zo dat al kan, dat iemand de plek van iemand anders in neemt. Maar je begrijpt wel wat ik bedoel. Ik zeg aldoor dat ik me er niet schuldig over voel, en in mijn bewustzijn doe ik dat ook niet. Ik weet zeker dat jij het goed zou keuren en als je niet was gestorven, dan had je me aangemoedigd, hoewel je misschien in eerste instantie best jaloers geweest was. Zo dubbel was jij. Net als ik eigenlijk. Maar hoe het er in mijn onderbewuste uit ziet, dat weet ik niet. Ik kan me eigenlijk niet goed voorstellen dat ik me niet schuldig voel. Het hoort zo bij een rouwproces. Soms vraag ik me af of ik er niet veel te snel door heen ga en of ik het allemaal wel werkelijk kan behappen. Het is niet voor het eerst dat mijn intelligentie me door situaties heen loodst maar mijn emoties er achteraan blijken te huppelen.

Weet je, ik geloof dat ik van binnen behoorlijk boos op de Manager ben. Ik wilde dat ik je kon vragen hoe ik daar mee om moet gaan. Want ik kom er niet uit. IceTease zei altijd dat wat je voelt echt is, en dat geloof ik ook wel. Maar ik vind de reden voor mijn boosheid zo irrationeel. Ik kan het de Manager toch niet kwalijk nemen dat hij op vakantie is gegaan naar een land dat ik eng vind? Of dat zijn timing voor mij erg beroerd blijkt uit te pakken? Het is niet zijn schuld dat jij die ellendige, kloterige koelkast op je pad vond. En het is niet zijn schuld dat ik nu bang ben. En het is niet zijn schuld dat ik hem mis. Ik heb al een paar dagen niets meer van hem gehoord. Ik begrijp natuurlijk dat hij wel andere dingen te doen heeft dan mij tekstberichten te sturen en eigenlijk vind ik ook, dat iemand die op vakantie is, zo min mogelijk contact met het thuisfront moet hebben. Wat heb je anders aan een vakantie, denk ik dan maar. Ik vind eigenlijk dat hij ook geen rekening met mij hoeft te houden. Maar ik denk natuurlijk wel steeds hoe ik op jou mopperde dat je ineens stopte met het sturen van E-mails en dat je toen dood bleek te zijn. Dat is toch niet zo raar?

Als ik over de Manager nadenk, dan heb ik zoiets van ‘wat hebben wij nu helemaal?’ Ik weet niet wat we samen hebben. Het is lastiger dan met jou. Jij en ik waren het er van meet af aan over eens dat we een zielsverwantschap hadden en dat we elkaar tot aan onze dood en ver daarna zouden kennen. Ik wil graag beweren dat ik net zoiets met de Manager voel, maar dat is niet helemaal waar. Ik denk wel dat het er is, maar ik kets steeds af op een soort van glazen muur in hem. Toch ben ik verliefder op hem dan ik op jou was. Gek toch? Misschien is het omdat hij me minder nodig heeft dan jij had. Hij lijkt volmaakt tevreden met de uurtjes die we samen doorbrengen. Als ik het in tijd meet, dan heb ik in die luttele weken dat ik jou kende, veel meer uren met jou doorgebracht dan nu met de Manager, die ik alweer zes weken of zo ken. Het gaat natuurlijk altijd anders tussen mensen, en ik moet dat waarschijnlijk ook helemaal niet vergelijken. Maar tegelijkertijd zit er een duiveltje op mijn schouder die me dat soort dingen toch in blijft fluisteren.

Ik ben al aan mijn tweede wodka met sinasappelsap toe. Meestal houd ik niet van om in mijn eentje te drinken maar nu had ik er ineens zo’n zin in. Misschien val ik daardoor wel als een blok in slaap dadelijk en kan ik eens een nacht doorhalen. Ik heb geen zin meer om me zo moe en slap te voelen. Griebels Mars, ik zou er wat voor geven om nu een lauwe wodka cola met je te drinken of je weer door de kamer te zien dansen! Het is net alsof ik niet echt meer besta.

In de spiegel herken ik mezelf vaak niet. Het gebeurt heel vaak dat ik me verwonderd afvraag of ik dat ben en waar het meisje is gebleven dat ik daarvoor altijd zag. Ik zie grijze haren schemeren en ik zie er ouder uit, vind ik. Ik ben ook afgevallen, maar dat is niet erg; ik kan wel meer missen dan dit. De foto waar we samen op staan, staat op mijn bureau. Het lijkt wel jaren geleden in plaats van drie maanden. Ik lijk niet meer op wie ik toen was.

De Manager heeft me veel levensvragen gesteld. Ik kreeg het idee dat ik werd gewogen. En misschien wel te licht bevonden, maar dat weet ik niet zeker natuurlijk. Ik werd er een beetje opstandig van. Nu en dan verdenk ik hem ervan dat hij alles in het leven wil omkaderen en vastleggen. Wat ik van het huwelijk denk. Nu ja, daar geloof ik niet in. Maar of dat betekent het dat ik nooit wil trouwen, dat weet ik niet. Of ik een kinderwens heb? Nou nee, momenteel niet en behalve met IceTease ook nooit gehad. Maar wat dat betekent als ik per ongeluk zwanger raak of de veertig ga naderen, dat weet ik natuurlijk ook niet.

Ach mijn lieve Mars, ik voel me zo koud en alleen vandaag. Ik heb geen antwoorden en alleen nog maar vragen. Ik mis de Manager. Ik mis jou. Ik wil het allemaal graag goed doen, maar om eerlijk te zijn weet ik niet helemaal wat goed is. Zoveel mooie woorden en zoveel wijsheden. Ik kan me nog zo voorhouden dat liefde een staat van zijn is, en niet aan een object gebonden maar om dat in de praktijk toe te passen is een hele klus hoor!

Weet je nog, dat we elkaar schreven hoe we het single zijn haatten? En dat we zo verlangden naar wat anderen misschien als de simpele genoegens van het leven bestempelen? Samen boeken lezen en elkaar voorlezen, samen koken, samen tuttelen, samen naar de sauna, samen kranten in bed lezen in het weekend, samen markten, samen stappen, samen een andere vrouw en/of man versieren, spannende binnen – en buitenhuisrecreatie, samen slapen, en, en, en, en… Ik heb een cd van Frans Halsema gekocht, en hij zingt daar zo mooi over. En toen dacht ik, dat die simpele dingen misschien helemaal zo simpel niet zijn. Voor jou en voor mij in ieder geval al niet.

Ik wil me geborgen voelen. Geborgen en begeerd. Gek toch, dat ik mijn hele leven lang op zoek ben naar iets en het telkens wanneer ik het vind, weer kwijtraak? Bij jou voelde ik me alle twee. Dus vervloek ik je af en toe omdat je dood bent gegaan. Ik ben daar niet trots op maar ik weet niet op wie ik mijn boosheid anders moet richten. Het universum is te groot om iets van mijn woede en onmacht te voelen. En verder is er niemand die ik als schuldige aan kan wijzen, behalve misschien mezelf. Maar ik weet ik niet hoe ik boos op mij moet zijn terwijl ik in de diepte zo heel verdrietig en eenzaam ben.

Ik wilde, ik wilde dat ik nu naar de Lindenstraat kon fietsen en in je armen op je bank neer kon ploffen. Ik wilde dat ik tegen je zeggen kon “Mars, ik weet het niet meer, houd me vast.” Want ik weet het niet meer. Ik weet het echt niet meer.

Liefs
Gigi

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*