Het Magische Nu

35 gelezen
3 minuten leestijd
DigiGigi

De lucht die door het open raam over het bed strijkt is koud. Het klinkt alsof het buiten ijsblokjes regent maar onder de dekens is het warm en intiem. Hij moet veel te vroeg weg om een vliegtuig te halen. De wekker staat op scherp en er is geen tijd om nog een poosje slaperig zijn lichaam te zoeken. Hij slingert zijn grote mannenlijf zonder pardon uit bed en graait zijn shirt, spijkerbroek en sokken onder een berg dekens en kleding vandaan. Zo naakt vind ik hem het mooist.

De grond naast het bed is een stilleven, dat verhaalt van de afgelopen avond en nacht. Tussen de touwen en plakken glinsteren kettingen en musketons. Wasknijpers en tempelklemmen zijn op de opengescheurde Durex-verpakkingen terechtgekomen en mijn schoenen verstoppen zich onder een ongebruikte zweep. Op tafel staat een bijna lege fles wijn tussen onze glazen en de asbak loopt over van sigarettenpeuken. Alleen het sjaaltje waarmee ik hem blinddoekte, hangt weer op zijn plek.

Wanneer we tegenover elkaar staan, reik ik nauwelijks tot zijn borst. Hij kan me moeiteloos met ��n hand in bedwang houden. En toch lag zijn lichaam roerloos tussen zijn met leer omhulde, wijd gespreide en geketende armen en benen. Alleen zijn soms stokkende ademhaling en zijn erectie verraden zijn gemoedstoestand. De aanblik van dat prachtige mannetjesdier, zo sterk en krachtig maar nu machteloos en aan mij en mijn grillen overgeleverd maakte me bloedgeil. De schroom, die me er eerder van weerhield om de erotische macht te grijpen, verdwijnt in zijn aanwezigheid. Hij bedelt niet om aan mijn wensen te mogen voldoen maar hij daagt me uit hem te overmeesteren.

Zoals hij daar ligt, herinnert hij me aan mij. Dan weet ik weer hoe mijn oren het verlies van het gezichtvermogen probeerden te compenseren en hoeveel impact geluiden daardoor krijgen. Het gerommel tussen speelgoed, het sluiten van een deur, het omdraaien van een sleutel; het zijn directe aanslagen op de overgebleven zintuigen en versterken het gevoel van weerloos zijn. Spelen met zijn kwetsbaarheid, hem laten balanceren tussen pijn en genot, vervult me met een mengeling van tederheid, lust en macht.

Ik heb sinds onze eerste ontmoeting al talloze, erotische draaiboeken bedacht. Wanneer ik aan hem denk, dan vult mijn buik zich met warme bubbels. Ik wil hem mindfucken en gillend klaar laten komen. Ik wil hem zien afdrijven naar andere dimensies tot hij me met zijn blauwe ogen lodderig aankijkt en uren nodig heeft om terug te keren uit zijn endorfinekick. Ik wil me boven op hem storten en hem urenlang alleen maar kussen. Ik wil hem aan zijn zwarte krullen trekken en op zijn knie�n dwingen. Ik wil hem slaan en ik wil hem prostitueren. Ik wil met hem spelen en ik wil met hem vechten; ik wil hem onderwerpen tot hij altijd en overal alleen nog maar mijn commando nodig heeft om klaar te komen. En alles dat ik wil, dat wil ik ook in spiegelbeeld.

Terwijl ik hem berijd en de hitte van mijn lijf in een zachte nevel van vocht gevangen raakt, verlang ik plotseling zo intens naar zijn handen op mijn lijf, dat ik zijn polsboeien wel los moet maken. Wanneer ik hem steeds dieper in me op probeer te nemen en zijn ritme zoek, dan hunker ik naar het gewicht van zijn lichaam over het mijne en naar het beheerste stoten van zijn heupen waarmee hij me onder zich tegen het matras pint. Daar verandert mijn begeerte om te overheersen in onderwerping, en dan wil ik dat hij me neemt, slaat, knijpt en bijt tot we samen een orgasme bereiken.

In zijn armen, mijn billen tegen zijn geslacht, mijn benen gekromd naar de zijne en mijn armen gekruist met mijn handen rond zijn armen, wil ik liever niet in slaap vallen omdat ik dan niet meer weet, hoe lekker ik lig. Ik luister naar zijn ademhaling en ik denk aan Mars. Het zijn geen verdrietige gedachten. Ik voel me gelukkig wanneer ik me herinner wat we deelden en heel rijk wanneer ik bedenk hoe zeer hij me heeft aangeraakt. Ik voel me niet schuldig omdat ik geniet terwijl hij dood is en deze genoegens niet meer kan proeven. Het is dankzij Mars, dat ik in deze armen kan liggen en een heel scala van gevoelens, van lust tot liefde en alles daartussenin, durf te ervaren zonder dat ik me bekommer om de vorm of later. Het is alsof hem verliezen me naar een ander plan heeft getrokken. Wat mijn hoofd al kon benoemen, wordt nu ook door mijn ziel verstaan.

Wanneer ik naar VT kijk terwijl hij me iets vertelt en ik de uitdrukkingen op zijn gezicht steeds maar zie veranderen, dan zie ik stukjes van iedereen waarvan ik ooit heb gehouden terug. Hij is zichzelf, uniek en hij lijkt op niemand en toch ook weer op iedereen die me lief was. Deze herkenning, een ondefinieerbaar weten van iets dat onbenoembaar is, maakt dat ik van binnen zing en borrel van vreugde. Het is alsof ik boven mezelf aan het uitstijgen ben en gewichtloos word. Ik ben hier op een plek zonder verwachtingen. Ik kan hier dromen zonder de drang te voelen die te verwezenlijken. Ik kan me verlustigen in gedachten over weer met hem vrijen, zonder dat ik me druk maak over wanneer en of. Ik kan met hem zijn, zonder dat ik bang ben voor de dag waarop ik hem verlies. Ik ben eindelijk aangekomen in het magische Nu.

 

 

 

 

 

 

 

 

Latest from Blog