Grommende, boze vulkaan

DigiGigi

“Blijf van me af!” In plaats van dat te schreeuwen, glimlach ik zo vriendelijk als ik kan. “Dank je, met mij gaat het (haal die hand van mijn schouder!) goed, met jou?” Zijn antwoord dat me toch al niet interesseerde, gaat verloren in de ergernis die ik voel als de vies warme hand zich aaiend over mijn rug beweegt en veel te bezitterig vlak boven mijn billen blijft rusten. Ik doe een beleefd ontwijkend stapje opzij. Een koetje en een kalfje later valt de hand weer met gretig naar mijn decolletée gespreide vingers op mijn andere schouder. “Blijf van me af!”, sis ik hem vervaarlijk toe en hoop dat mijn ogen het vuur van de grommende, boze vulkaan in mijn buik spuwen.

Hij laat zich niet uit het veld slaan. Voor mij is het de druppel die de beruchte emmer doet overlopen, vanavond tot aan de rand toe gevuld met ergernis over de slechte muziek, de bittere rose en de niet te harden hitte. Het gros van de mannen heeft zich weer eens aangesloten bij de Keuringsdienst van Waren. Ik gruwel van hun zelfingenomenheid. De meeste hebben zich een passief-agressieve jachthouding aangemeten en ik veracht ze erom.
Ik veracht ze om de manier waarop ze per ongeluk expres mijn blikveld binnenstappen en zo gaan staan dat ik kan zien dat ze me van top tot teen opnemen. Als ik in hun richting kijk – en meestal moet ik wel als ik tenminste niet de hele avond met mijn neus in de rugleuning van de bank gedrukt wil zitten – werpen ze me verleidelijke lachjes en uitnodigende blikken toe. Althans, dat is wat ze denken dat ze doen.
In werkelijkheid zit ik te griezelen onder hun aandacht en hoop dat ze zich snel op een andere prooi richten. Inwendig ‘yikes en jakkes’ ik heel wat af terwijl dit soort mannen langzaam en quasi onopvallend dichterbij probeert te komen. Ik controleer angstvallig mijn lichaamstaal en meet me een zo koel en afstandelijk mogelijke houding aan waaruit geen enkele opening voor toenadering blijkt. Jammer genoeg heeft dit soort man geen detectiezender voor afwijzing. Op de een of andere manier hebben ze zichzelf aangepraat dat ze Gods geschenk aan de vrouw zijn en gedragen zich overeenkomstig arrogant.
Eentje grijpt mijn arm terwijl ik onderweg ben naar het toilet en deelt me mee dat ik vanavond met hem naar huis ga. Ik heb geen idee hoe hij heet en wie hij is. Hij weet evenveel van mij maar dat stoort hem duidelijk niet. En het is precies daarom dat ik dit soort mannen zo minacht. Ze hebben geen benul en doen geen enkele poging om wijzer te worden. Voor hen ben ik ben een lijf met grote tieten en een kut en dat is alles wat ze van me hoeven en willen weten. Je zou ze met de Opzij om de oren willen meppen of willen dwingen om The Handmaid’s Tale van Margaret Atwood of The Beauty Myth van Naomi Wolf tien keer over te schrijven.
Ik weet dat het zinloos is me er druk over te maken. Amsterdam is bezaaid met mannen van dit kaliber en erger. Maar toch vult het me met machteloze boosheid. Het is door hen dat ik me te vaak opgejaagd wild voel. Het is door hen dat ik op warme dagen toch een gesloten jasje over mijn zomerjurken draag tijdens mijn eenzame, nachtelijke fietstochten en me toch nooit helemaal veilig voel. Het is door hen dat ik sommige uitgaansgelegenheden in mijn eentje mijd als de pest. Het is door hen dat ik mezelf te vaak gedwongen weet een air van kille arrogantie en afstandelijkheid te creeren.
Het is geen fabeltje dat het een Man’s world is. Een op de drie vrouwen in Nederland krijgt te maken met seksueel geweld. En hoezeer ik ook probeer om mijn leven daar niet door te laten regeren, ik kan er nooit helemaal omheen en er is een deel van mij dat altijd op scherp staat en op haar hoede is.
De hand staat nog steeds glimlachend tegen me te praten en zweeft alweer mijn richting uit. Vanuit mijn ooghoeken zie ik de witte trainingsbroek met de walgingopwekkende, enorme rugtatoeages en misselijkmakende, kwijlende grijns mijn kant opkomen. Ik grabbel in mijn tasje en ontdek zogenaamd dat ik mijn mobiele telefoon – die thuis naast mijn bed ligt – in mijn jaszak ben vergeten. Die ga ik even halen. Terwijl de hand op mij staat te wachten, vlieg ik de trappen af met mijn fietssleutel in de aanslag en vlucht.

 

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*