Een wereld vol feeën

DigiGigi

Zo rond vieren neemt het lawaai van de middag langzaam af en daalt een aangename rust neer. De herrie van de stad voert alleen nog de boventoon voor hen die het ritme van de zonstilte nog niet kunnen horen. De vroegbloeiende berk stuurt met ieder zuchtje wind wat van zijn stuifmeel speels op pad. Het briesje voert de gele vlagen mee de vijver over, het Vondelpark in. Als ik mijn hand uitsteek, kan ik de vlucht onderbreken. Maar dat doe ik niet. Ik zweef opgetogen mee in die gele wolk, buitel rond in het frisgroen van het eerste blad en dans in de zachte streling van warme wind kindsblij tussen de nazaten van de berk, de uitbundige zwermen jonge vliegjes en duizenden, duizenden gouden sterretjes. De zon is terug en de wereld weer vol feeën.

Nooit, nooit zal ik uit kunnen leggen waarom een bedje kiezelstenen me tot tranen kan ontroeren. Of waarom het gekibbel van de watervogels in het vroegdonker me iedere avond opnieuw aan het lachen maakt. Ik kan niet in woorden vangen waarom ik zoveel houd van de grote, door het kalk wit uitgeslagen barst in de muur van het balkon of waarom ik moet schateren als het heet van de zon dat in de tegels is gekropen, me dwingt op mijn tenen rond te springen. Toch wil ik juist deze pure vreugde het liefst van alles delen. Maar het is goed dat ik het niet kan. Want die wens staat haaks op deze manier van waarnemen; het zien en ervaren van de werkelijkheid zoals die is, ontdaan van de projecties van het Ego en zuiver vanuit het Zelf.
Ik ben er dus nog niet. Ik ben nog iedere dag bezig de waarheid van de vertroebelde versie te onderscheiden. Soms is dat best een pijnlijk gevecht en maakt het me opstandig en boos. Maar zelfs dan weet ik dat het niet meer dan psychologische fantoompijn is: een geniepig kneepje van het Ego dat – liever lui dan moe – me over probeert te halen terug te keren naar mijn oude, vertrouwde belevingswereld en zo de groeipijnen van de transformatie probeert te omzeilen.
En groeien doe ik. Iedere dag word ik een beetje sterker en zelfbewuster en het Ego krijgt steeds minder vat op me. Ik ben sinds de dood van Mars – en geholpen door de botsingen met de mannen die zich sindsdien in mijn leven aandienden – langzamerhand gaan begrijpen dat het Ego dan wel geen keiharde leugenaar is maar evengoed een fantasiewereld creeert door de manier waarop het probeert mijn innerlijke inhoud een op een te vertalen naar mijn gewenste werkelijkheid. Ik dwaalde zo als Alice door mijn zelfgemaakte Wonderland, vol prachtige, bijzondere ontmoetingen en gebeurtenissen maar bijna niets was echt waar.
Hoe ik de waarheid moet achterhalen, ontdekte ik een tijdje geleden. Eigenlijk is het zo simpel als wat en heb ik het al jaren geweten, zonder me te realiseren welke schat ik onbewust met mee droeg. Ik hoef alleen maar voortdurend de vraag ‘Is het waar?’ te blijven stellen en zo emotie na emotie te ontleden. Waarheid is wat overblijft, als de waarneming van alle emotie is ontdaan.
Ik gebruik uit sentimentele, liefdevolle overwegingen een variant op die vraag, namelijk ‘Wat is echt, vroeg het speelgoedkonijn.’ Dat is een quote uit het kinderboek ‘The Velveteen Rabbit’ die mijn geliefde wijze, grijze en milde IceTease in mijn bijzijn ooit eens chagrijnig uitspuwde toen hij op een mailinglijst de zoveelste oeverloze discussie las. Het heeft zich toen in mijn hoofd genesteld en duikt sindsdien voortdurend weer op. Inmiddels begrijp ik dus waarom want het is een belangrijke, misschien wel de belangrijkste vraag als het over het leven en zingeving gaat.
Ik mis Mars niet. Ik kan Mars niet missen, want hij bestaat niet meer. Mijn tranen stort ik om het verlies van de wensdroom. Het ideaalplaatje dat het Ego heeft meehelpen inkleuren, de vrije vertaling van hoe we toen samen waren naar hoe het had kunnen worden, en waarin voor het nu geen rol is weggelegd. Als ik bedenk dat ik huil om iets dat nooit is geweest, nooit heeft bestaan, dan moet ik lachen. Lachen om al die tranen, al die pijn, zoveel pijn. Natuurlijk was dat verdriet nodig en het zal ongetwijfeld nodig blijven als de begeleider naar nieuwe, nog lastiger te verwerven inzichten en het toepassen daarvan. Maar toch, als ik beredeneer hoe gek – hoe dom bijna – het is te treuren om iets dat niet bestaat, dan lach ik mezelf uit.
Gisteravond vertelde ik nog aan een vriendin, dat ik me zorgen maakte of er wel genoeg over zou blijven om voor te leven als ik de waarheid altijd, iedere minuut, in iedere ademtocht van mijn bestaan heb leren zien. Dat in het nu leven, zonder verlangens of verwachtingen me vooral nogal saai leek – met daaronder de onuitgesproken angst dat ik daarmee mijn pen zou verliezen.
Vanochtend werd ik wakker op het balkon. Ik lag op mijn rug op het bed waar hij een paar dagen geleden nog naast me zat. Ik herinnerde me het gevoel, de vanzelfsprekendheid waarmee onze handen zich tijdens het gesprek gedachteloos vervlochten. Hoe de manier waarop hij zijn tas op zijn vaste plek neerzette, ieder spoor van twijfel en de in mijn hoofd vormgegeven muur van afstandelijkheid wegvaagde, simpelweg omdat die niet bestonden, nooit hadden bestaan. Dat. Daar. Wij. Natuurlijk wij. Dat was toen de waarheid. En over toen zal ik altijd kunnen blijven schrijven.
Nu. Hier. Ik. Het kiezelsteentje dat ik tussen mijn tenen laat balanceren en dat steeds een beetje warmer wordt. Mijn totemdier, het kleine witte motvlindertje dat op mijn hand gaat zitten terwijl ik dit stuk aan het schrijven ben. Het merelmannetje bovenop de schoorsteen dat zijn verhaal doet, dat is de waarheid. En ook dit, dit heel grote geluksgevoel. Het voelen, het weten, het weetvoelen van deze onuitputtelijke, nooit opdrogende borrelende bron van liefde achter mijn navel.
Ik weetvoel. Ik weetvoel dat ik altijd van Mars en van de mannen die na hem kwamen, degenen die ik echt heb gezien ondanks mijn onvermogen ze in het nu lief te hebben, zal blijven houden. Ik weetvoel dat ik ze nooit meer echt zal missen, nooit meer hun afwezigheid werkelijk zal betreuren, hooguit nog een tijdje bezig zal zijn het Ego terug te fluiten en op te voeden.
Vanochtend werd ik wakker en ik zag de waarheid in alles in en rond mij. De waarheid is wat overblijft als de waarneming van alle emotie is ontdaan. De Waarheid is de Liefde.

 

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*