Liefde als meervoudsvorm

Het daglicht kleurt de lucht langzaam in. Ik wandel een gracht af, sla dan ineens linksaf, waar ik rechts zou moeten gaan. Het komt door de man die me probeerde te zoenen, dat ik nu de verkeerde kant op loop. De nachtzoen zag ik aankomen maar van de mond die ineens op mijn lippen bleef plakken, schrok ik me wild. Snel trok ik mijn hoofd terug. “Met mij moet je het rustig aan doen”, wees ik hem geruststellend maar oneerlijk terecht op zijn onlangs gestarte versierpogingen. “Wat moedig”, dacht ik erbij en verlangde intens naar het eiland. Het eiland waar

Lees verder »

Bescheiden heiligdom

Op het terras verkondigt een stel uit de kluiten gewassen Duitse toeristen tegen een beginnend grijzend Nederlands koppel van ongeveer dezelfde leeftijd, dat ze het hele eiland al hebben gezien. Ze zijn gisteren aangekomen, vertrekken de volgende dag en vragen zich af, wat er verder nog te doen is op Terschelling. De mannelijke helft van het duo vraagt verbaasd hoeveel kilometer de twee dan wel niet hebben gefietst, en waar ze allemaal zijn geweest. De Duitser kijkt hem minachtend aan en rammelt nadrukkelijk met een sleutelhanger met een Mercedes-embleem. De Nederlandse vrouw verschiet van kleur, vergeet prompt haar Duitse vocabulaire

Lees verder »

Zeelucht, wat ik u brom

De dag kriekt nog nauwelijks als ik al naast mijn bed sta. Voor het slaapkamerraam rek en strek ik, geeuw de laatste slaap uit mijn lijf. In de verte staat een paard nog te dromen, het hoofd licht gebogen, de hals ontspannen. De scholeksters zijn al uit de veren, en de zwaluwen kondigen in hun hoge vlucht een mooie dag aan. Achterin het weiland huppelt een eenzame haas. Zijn speelkameraadjes liggen zo te zien nog op een lang oor. Ik ben hier op het eiland net zo thuis als in de stad. Beneden vul ik op de automatische piloot de

Lees verder »

Meer bij mij

Hij snurkt een beetje. Zijn lange lijf ligt schuin in het grote bed. Zijn voeten vallen onbedekt over de rand. Een pufje wordt afgewisseld door een korte, tevreden kreun. Dan gaat er weer een boom om. Ik zou hem nu zachtjes een por moeten geven en de daarop volgende momenten van stilte moeten benutten om zelf in slaap te vallen. Maar ik ben nog even klaarwakker. Ik steek een sigaret op, neem een teugje van mijn cava. En mijmer nog wat. In zijn ontspannen slapend gezicht hebben kleine rimpels een permanent onderkomen gevonden. Hij draagt zijn haren korter dan ik

Lees verder »