Vorig jaar besloot ik om langzamerhand van brunette naar blondine te gaan om mijn grijze haren te verdoezelen. Achteraf bezien geen geweldig plan want de hoeveelheid grijs valt nogal mee ten opzichte van de hoeveelheid donker die nog uit mijn hoofd ontspruit. Dus nu ben ik peper en zout tot aan mijn oren met daaronder het uitgegroeide lichtere bruin en blond dat ik afgelopen winter liet verven. Echt beeldig.

Tijdens mijn eerste kom Latte besloot ik dat ik acuut van die regenboog op mijn hoofd af wilde en belde de kapper. De telefoon werd in het Engels beantwoord door een mij onbekende man. Ik kom al 17 jaar bij deze kapsalon en de telefoon wordt altijd op dezelfde manier en in het Nederlands aangenomen. Dus dit “Hello. Hello? Can you hear me?! Yes?! Hello! Who is this-gedoe” leverde verwarring op in de vroege ochtend. En ergernis. Ik heb nu eenmaal een pest aan slechte service. Maar wat me pas echt stoorde, waren de ik ben homo-maniertjes van deze medewerker.

Wat is dat toch met sommige gays? Waarom moet ik als klant aan de telefoon al weten wat iemands seksuele geaardheid is? Waar vindt die noodzaak tot een herkenningstune zijn oorsprong? Waarom staan sommige gays erop om te klinken alsof ze gecastreerd zijn? En vooral, waarom moet dat dialect tot in de professionele omgeving weergalmen? Na even Googlen ontdek ik dat ik niet de enige ben die zich dit afvraagt en ik bookmark de documentaire Do I sound gay op Netflix om dit weekend te bekijken.

Een afspraak heb ik niet gemaakt. Een kappersbezoek hoort ontspannen en relaxt te zijn, en kost tegenwoordig een klein vermogen. Ik heb geen zin om met kromme tenen naar gesprekken in dat aanstellerige, gemaakte toontje te luisteren en na iedere twee zinnen met een darling, sweety of dear om de oren te worden geslagen. Ik draai mijn woeste dos nog wel even in een knot terwijl ik wacht tot mijn vaste kapper terug is van vakantie.