Medio november kondigt mijn winterdepressie zich aan, maar rond Sinterklaas slaat hij pas echt toe. Mijn wereld klaart pas op halverwege januari, wanneer de dagen lengen en ik me verbeeld dat ik het voorjaar al ruik. Dit zijn mijn Pas op de plaats-weken.
Dankzij mijn zelfgemaakte wonderyoghurt ben ik wel somber, maar niet lamgeslagen zoals anders. Dat ik erdoor weer diep en lang slaap – zoals in mijn kindertijd – en uitgerust wakker word, helpt ongetwijfeld. Zelfs mijn nachtmerries zijn beter te verdragen. Ik herinner ze me nog wel, maar schrik niet meer wakker.
Toch zijn keto en december geen gelukkige combinatie. Daarom gebruik ik deze maand als vakantie van mijn normale menu én om een hele slechte gewoonte te vervangen door betere, zodat ik in januari weer op volle kracht kan. Want ik ben verslaafd aan suikervrije limonadesiroop. Dat begon toen het Amsterdamse kraanwater – ooit vermaard om smaak en kwaliteit – me niet meer beviel. Vervangen door bronwater is duur en zinloos: de kwaliteit is niet beter, sterker nog, de kans is groot dat het slechter is en uit dezelfde bron komt, maar dan zonder de zuivering die kraanwater wél krijgt.
Bijna alles met ‘zero suiker’ op het etiket bevat tegenwoordig sucralose, een kunstmatige zoetstof die wordt gelinkt aan gewichtstoename, verminderde ontgifting en verstoorde darmflora. Ook mijn limonadesiroop, waarmee ik dagelijks twee liter water aanleng. Daar wil ik permanent vanaf.
Een van mijn vervangers is een oude bekende: Masala Chai. Dat dronk ik veel toen ik in Villa Kakelbont bij het Vondelpark woonde en bijna dagelijks bij De Roos kwam. Na mijn ochtendkoffie maak ik de chai in een travelmug: een halve liter kokend water met een vleugje ongezoete soja. Ik gebruik nu voor het gemak Yogi Tea Classic – dat bevat zoals het hoort geen zwarte thee, en alleen kaneel, gember, kardemom, kruidnagel en zwarte peper maar ik ga het binnenkort weer zelf maken. Mijn andere vervanger: zelfgemaakte limonade-ijsblokjes van citroensap, citroenschijfjes, rozemarijn en munt, om mijn kraanwater op te fleuren en de smaak te verbeteren.
In deze depressiemaand houd ik me zoveel mogelijk aan mijn dagmenu. Ontbijt sla ik over. Ik lunch met De salade die (mij) nooit verveelt, al heb ik de rode paprika eruit gehaald en de dressing uitgebreid met een eetlepel olijfolie – anders kom ik niet aan mijn vetten. Feitelijk verander ik maar twee dingen: ik mag aardappelen, voor stamppot zuurkool en mijn zelfgemaakte Surinaamse kip roti (zonder rotiplaat), en ik mag – met mate – pure chocolade. Maar absoluut geen tarwe. Tarwe is de doodsteek voor mijn darmflora. De suiker in chocolade is ook allerminst goed, maar geeft me in ieder geval geen breinmist en maakt me niet moe, opgeblazen en depressief zoals tarwe dat wel doet. Om niet te bezwijken voor gebak, Weihnachtsstollen en oliebollen, gun ik mezelf deze twee uitzonderingen.
Dit jaar gebruik ik mijn Pas op de plaats-weken niet voor reflectie, jankbuien en het uitstellen van beslissingen maar om mijn menu te herzien en mezelf te herprogrammeren. Zodat ik in januari een beetje herboren verder kan met mijn verbeterde en nog gezondere voedingspatroon.