
Oudejaarsavond bracht ik door met de miniserie Mix Tape, en dat voelde als een warme, weemoedige blast from the past. Hoewel ik eind jaren tachtig naar andere muziek luisterde dan de protagonisten – Fleetwood Mac, Level 42, Meatloaf, de Rolling Stones, Joe Cocker, Prince, Madonna – en minder op New Wave en Ska was georiënteerd, raakte de serie precies die universele snaar die iedereen herkent die ooit verliefd was in die tijd. Het sentiment, de belevingswereld, de rituelen: die waren identiek. Ook ik wisselde mixtapes uit met mijn vriendje, zorgvuldig samengesteld voor in de auto, waar we naar luisterden als we spijbelden en zijn oude barrel de provincie in reden, op zoek naar vrijheid en avontuur. De serie vangt dat gevoel volmaakt – die alchemie van onschuld, opwinding en de rotsvaste overtuiging dat die ene liefde voor altijd zou zijn.
Mix Tape draait om Daniel (Jim Sturgess) die decennia later nog altijd geobsedeerd is door zijn eerste grote liefde Allison (Theresa Palmer), die op een dag plotseling uit zijn leven verdween zonder verklaring. Die abrupte verdwijning – zonder afscheid, zonder uitleg – maakt de wond zo diep en blijvend. Het is een verhaal over onafgemaakte liefde, over de onbeantwoorde vragen die een leven lang blijven knagen en hun schaduw werpen over alle relaties die volgen. In die rusteloze zoektocht naar wat er gebeurd is, in die onmogelijkheid om verder te gaan zonder closure, zal menigeen zichzelf pijnlijk herkennen. De serie stelt de vraag die velen zich stiekem blijven stellen: wat als je die ene persoon terug zou vinden?