
Het is juni 2020, de wereld zit thuis in lockdown, en Nick Cave loopt een leeg Alexandra Palace in Londen binnen en neemt plaats achter een vleugel. Zonder band. Zonder publiek. Hij begeleidt zichzelf op de piano terwijl hij nummers uit zijn dertigjarige carrière zingt. Wat eruit voortkwam is Idiot Prayer, opgenomen als concert en uitgebracht als livealbum in november van dat jaar.
De meeste nummers kende ik. Maar ik heb ze nooit eerder zo gehoord. En ik heb ook nog nooit eerder zoveel tranen gelaten tijdens het luisteren naar een album van Nick Cave. Hij zat alleen. Ik ook. Misschien was dat alles wat ervoor nodig was.