Vier maanden later

26 november 2025
2 minuten leestijd
90 gelezen

Vier maanden later, 12 kilo lichter en een paar miskleunen rijker, weet ik dat ik een goede beslissing heb genomen om me minstens een jaar volledig op mijn nieuwe leefstijl te focussen. Dat ik zo’n ommezwaai kan maken, heb ik al bewezen toen ik stopte met roken. Maar het is niet eenvoudig en een terugval loert altijd om de hoek. Mijn grootste valkuil is de invloed die anderen op mij uitoefenen. Een negatieve opmerking van iemand die me na staat over wat ik wel en wat ik niet eet, en het gaat mis. Mijn eerste instinct is altijd en overal om het diegene naar de zin te maken. Me aan te passen. Proberen normaal te zijn. Proberen erbij te horen. Proberen om niet zo autistisch te doen.

Een van mijn eerste pogingen om koolhydraatarm te eten, oh jaren geleden al, strandde nadat mijn toenmalige lief zich beklaagde over het ontbreken van aardappelen of andere snelle koolhydraten tijdens een etentje bij mij thuis. Ik kreeg een hele uitleg over waarom wat ik deed een slecht idee was. En het is niet dat ik het met hem eens was. Maar dat mechanisme om me aan te passen is enorm sterk. Zelfs als ik het direct herken – wat meestal niet zo is, omdat de aanwezigheid van een ander me sowieso al in mijn maskerende kijk mij eens sociaal en normaal zijn-modus drukt – kan ik het niet bijsturen. De kans is levensgroot dat ik me iets op laat dringen wat ik niet wil. En achteraf voel ik me een mislukkeling en ben ik zo overprikkeld dat ik me weer volstop met tarwetroep. Dat komt omdat mijn gestreste brein dan schreeuwt om hulp. En er is geen sneller (noch slechter) beloningssysteem dan de lege koolhydraten uit suiker en tarwe.

Dus ja, ik neem de tijd om mijn nieuwe levensstijl te integreren en te omarmen. Alleen. Met zo min mogelijk afleiding. Zo min mogelijk risico op terugval. Ik heb zelfs filters op mijn social media om dingen die mijn brein lekker vindt te verbergen. Want de dingen waar mijn brein dol op is, zijn slecht voor mijn darmflora. Terwijl de dingen die goed zijn voor de lieve, kleine monstertjes in mijn buik ook meer dan uitstekend werken voor mijn hoofd. Ik ben rustiger. Meer ontspannen. Ik heb minder stress (want ja, die heb ik als kluizenaar ook in mijn eentje). Ik slaap beter. Ik heb minder nachtmerries. En ik begin weer te voelen.

Photo by Maria Orlova
Vorig artikel

Takkeherrie