“Er lijkt een soort virus rond te waren dat de bestendigheid van relaties aantast. Veel huwelijken gaan kapot, ook op het christelijke erf,” zegt Gerrit de Fijter, preses van de Protestantse Kerk in Nederland. Hij legt in een interview met tantrist Jan den Boer op ‘Trouw Meer!’ een link tussen de seksualisering in de media en het toenemende aantal scheidingen, en pleit voor “een nieuwe manier van omgaan met elkaar, waarin het woord liefde opnieuw geijkt wordt aan een existentiële waarde” in combinatie met monogamie. Maar zijn monogame relaties nog wel van deze tijd? Zijn ze ooit wel van onze tijd geweest of hebben we onszelf iets wijs gemaakt?

De seksualisering in de media is niet de oorzaak dat relaties anno 2007 overwegend een beperkte houdbaarheidsdatum hebben, maar slechts een symptoom van een kortstondige, onschuldige ziekte die gepaard gaat met een snel evoluerende maatschappij. We moeten nog wennen aan onze nieuwe vrijheid waarin partners elkaar niet langer werkelijk nodig hebben, en afhankelijkheid en zorgplicht keuzes zijn geworden. De uitingen van die revolutie zijn misschien niet al te fraai, nu en dan zelfs shockerend. Maar ze zijn ook tamelijk onschuldig. Eigenlijk niet meer dan een wat explicietere equivalent van het doktertje spelen van kleine kinderen die wereld om zich heen verkennen – en natuurlijk ook nog eens dubbeldik onderstreept door media, die sinds de opkomst van het internet de definitie van nieuwswaarde een wel erg vrije interpretatie zijn gaan geven.

Veranderende inzichten
We denken er niet over de telefoon weer in te ruilen voor de tamtam, kunnen ons een leven zonder televisie en internet niet meer voorstellen, en ik ken ook niemand die bereid is zijn auto te vervangen door paard en wagen. Dus waarom zouden we wel terug in de tijd willen stappen als het gaat om veranderende inzichten over relaties en liefde, en niet heroverwegen hoe we onze emotionele inhoud het beste kunnen lay-outen? Is het niet veel beter de liefde als uitgangspunt te nemen in plaats van de vorm?
De vorm stelt ons voor problemen omdat liefde veel te abstract – en de op impuls gedreven erotische aantrekkingskracht te weinig controleerbaar – is om in een pasklaar kader geduwd te worden. Die twee, liefde en erotiek, zijn ook niet per se twee kanten van dezelfde medaille. Zoals monogamie wel een synoniem voor trouw kán maar niet hoeft te zijn, kan liefde wel zonder erotiek maar erotiek op de wat langere duur niet zonder liefde.

Monstreuze inktvis
Ondanks alles wat we in de media zien, heeft monogamie nog steeds een onevenredig, grote status in onze cultuur. Waar het niet meer dan een afspraak tussen twee mensen zou moeten zijn, omhelst het onze maatschappij met de verstikkende tentakels van een monstrueuze inktvis. We rekenen er mensen op af, ontlenen er onze positie aan, verbinden er consequenties aan en gebruiken die om onze geliefde mee te bedreigen en in het (ons) gareel te houden. Dat zijn zaken die niet gevoed worden door liefde maar door angst.
Angst om de ander te verliezen, angst om vernederd te worden, angst om maatschappelijk aanzien te verliezen, angst voor verandering, angst om er financieel op achteruit te gaan, angst voor eenzaamheid, angst om alleen dood te gaan: veel van wat wij liefde noemen, is het Bal Masqué der Vrees waar onze slecht ontwikkelde eigenwaarde als gastheer optreedt.

Monogamie als strafstelsel
Was die eigenwaarde op peil, dan zouden we allereerst beseffen dat het gedrag – dus ook het vreemdgaan – van de ander niets over ons zegt, zelfs niets met ons te maken heeft. Iemand die goed zijn vel zit, zichzelf kent, waardeert en vertrouwt op zijn eigen kunnen en kracht, heeft ruimte om de ander te zien voor wie hij is, en hoeft zich niet langer bezig te houden met de ander binnen zijn droombeeld te passen om aldus zijn eigen, gewenste identiteit en positie vast te stellen. Vanuit die psychische onafhankelijkheid kunnen we leren waarachtig lief te hebben, en hebben we die gestructureerde, vastomlijnde structuur niet meer nodig. Daarmee vervalt ook de noodzaak monogamie te hanteren als een strafstelsel waarbinnen vreemdgaan minimaal als aanleiding voor de meest vreselijke, mensonwaardige vergeldingsacties tot de absolute dealbreaker van een relatie wordt gezien.

Wat je ook met de liefde uitspookt
Liefde tussen twee mensen is uniek. Je kunt nooit precies hetzelfde voor iemand anders voelen, en dus is liefde onaantastbaar. Met alles wat je ook met liefde uit kunt spoken – of je haar nu ontkent, verstopt, misleidt, veinst, negeert, verdoezelt, ontloopt of tegenwerkt – haar ongedaan maken als je haar waarachtig hebt leren ervaren, kun je niet. Niet de ziel maar het ratio heeft bedacht dat liefdes alleen maar na, en niet naast elkaar in de tijd kunnen bestaan. De ziel redeneert heel anders. Als we naar haar luisteren, worden we opgenomen in de samensmeltende, van elkaar afhankelijke, niet aflatende stroom van liefde en verdriet, die niet aan één object, niet aan één mens, is gebonden maar veel grootser en veelomvattender is dan dat – en die nooit afneemt en alleen maar groeit, en steeds mooier en vervullender wordt.

De kleine dood
Vroeger geloofden we dat Wodan op oorlogspad was als het onweerde. We schiepen die en andere mythes om te verklaren wat we niet begrepen, zodat we ons veiliger voelden. Monogamie is een moderne mythe waaraan we krampachtig vasthouden. Geen wonder, want na de dood is seks het meest onbegrijpelijke fenomeen van het menselijke bestaan. Niet voor niets verwijst Georges Bataille naar het orgasme als ‘de kleine dood’. Maar het is ook juist dat mysterieuze en onbegrijpbare van Eros, dat uitdaagt, de nieuwsgierigen en moedigen zelfs dwingt tot onderzoek. Het is een van de sleutels waarmee we onszelf, de ander en de zin van het bestaan kunnen leren ontcijferen. Geen zichzelf respecterende wetenschapper baseert zijn onderzoek op één proefdier. Hij zou uitgelachen en weggehoond worden. Maar als het aankomt op wat zonder twijfel onze belangrijkste en meest gecompliceerde drijfveer is, dan eisen we angstig onze mythologische monogamie op.

We gaan allemaal vreemd
En dat terwijl we allemaal vreemdgaan. Doen we dat niet fysiek dan toch wel virtueel of in onze fantasie. We kunnen ons daarvoor generen, het als zondig beschouwen, onszelf er voor straffen en gebukt gaan onder schuldgevoel. Of we kunnen eens naar de geschiedenis, onze omgeving en onszelf kijken, en beginnen met accepteren dat onze erotische verlangens volkomen natuurlijk en menselijk zijn, en dat we elkaar die liever moeten gunnen. In plaats van ze de geliefde te misgunnen en onszelf een slachtofferrol aan te meten omdat we bang zijn dat wij te kort worden gedaan. Terwijl het in feite een individuele zoektocht naar zingeving en de verwerkelijking van het Zelf betreft, die los van ons en onze relatie staat. En die de Liefde helemaal niet kan aantasten.

Kiezen voor Liefde
Zo bekrompen en kleinzielig is de Liefde niet. Zo bekrompen en kleinzielig is alleen is het Ego, dat – liever lui dan moe – ons over probeert te halen met alle macht vast te houden aan de oude, vertrouwde belevingswereld en zo de groeipijnen van de transformatie probeert te omzeilen. Dat we ons daarmee vastklampen aan een lekke reddingsboei van angst en afhankelijkheid, maakt het Ego niet uit. Maar voor de verwerkelijking van het Zelf zullen we telkens opnieuw moeten leren te kiezen uit en voor de Liefde, en de angst te overwinnen. Dat is een levenstaak in zichzelf.