Heilige teksten vergelijken is zinloos. Ook zonder dat we ieder handvest van iedere geloofsbelijdenis lezen en doorgronden, weten we dat die meer overeenkomsten dan verschillen laat zien. De reden is simpel, een mens en zijn psychologische inhoud is niet uniek. Religieuze archetypes komen wereldwijd en in alle culturen vergelijkbaar tot identiek voor, want het collectief (on)bewustzijn is grensoverschrijdend. Dat verschillende nationaliteiten en culturen met elkaar op de vuist gaan uit naam van het geloof, staat dan ook volkomen los van inhoud van de heilige geschriften.

Alleen als met het verstrijken der jaren – en dan hebben we het eerder over eeuwen dan decennia – moderne en gedeelde dogma’s ontstaan, kunnen we hopen op het vrede op aarde waar we iedere kerst voor bidden. Pas wanneer binnen alle verschillende religies dezelfde werkelijke godservaringen worden beleefd en wanneer die op dezelfde manier worden behandeld en geïnterpreteerd, wanneer ze binnen dezelfde tijdsspanne van hun scherpe kantjes worden ontdaan en in dezelfde vorm collectief omarmd worden binnen alle geloofsbelijdenissen, is er hoop dat religieuze oorlogen tot het verleden gaan behoren.

Werkelijke godservaringen
De acceptatie van één god is alle goden, is in die context volstrekt onbelangrijk; we moeten toe naar het veel praktischere één dogma is alle dogma’s. Het gaat er niet om hoe god aan ons verschijnt of hoe hij er uit ziet. Het gaat er niet eens om dat we binnen de verschillende religies dezelfde rites en rituelen uitvoeren, laat staan dat we tot een standaardwerk met heilige schriften komen. Maar om de strijdbijl te begraven, hebben we wel degelijk een selectie van cultuuroverbruggende dogma’s nodig. En die verzin je niet, die bedenk je niet, die kunnen alleen ontstaan in veel tijd en uit werkelijke godservaringen, uit het numineuze.
Het is precies de angst voor het numineuze, waarom we überhaupt religie belijden. De kerk en de doctrines bieden een veilig verdedigingsbolwerk waarbinnen we die ervaringen van het onbewuste, die niet uit onszelf – uit het deel van ons dat we als onze ik beschouwen – lijken te komen een plek kunnen geven. We denken, dromen en ervaren voortdurend dingen, die de meeste van ons aan niemand toegeven omdat ze niet passen binnen de kaders van wat wij onder een normale, geestelijke gezondheid verstaan. Terwijl het onbewuste veel groter is dan ons bewuste wezen, en de sturing van het ik over de onbewuste inhoud minimaal is, nemen we er toch de volle verantwoordelijkheid voor op onze schouders. Vroeger waren we bang dat we door de duivel bezeten waren, tegenwoordig vrezen we als gek bestempeld te worden. De brandstapel is vervangen door de crisisopvang, de kerkbanken raken jaar na jaar wat leger en de omzet van de farmaceutische bedrijven, die ons pilletjes verkopen waar we vroeger ter biecht of communie gingen, stijgt.

Een is niet genoeg
Probeer de vinger te leggen op hoe we in een wereld zijn terecht gekomen waarin we vertrouwen op chemische middelen om onze geestelijke gezondheid te reguleren, dan merk je als snel hoe ondoenlijk dat is. Het is niet iets waarvoor voor we een persoon of een groep van personen verantwoordelijk kunnen stellen. We halen onze schouders op, doen het af onder algemeenheden als moderne technologie of zelfs evolutie. Dat zelfde geldt voor het (ieder) geloof. We weten en accepteren dat het er is, en kennen er een enorme waarde aan toe. Niemand weet precies hoe die oorspronkelijke godservaringen zijn verworden tot een kracht die we in het diepst van onze ziel herkennen. En omdat we het niet begrijpen maar er toch niet omheen kunnen, wordt het belang – of we er nu aan gehoorzamen of tegen in het verweer komen – dat we er aan hechten alleen maar groter.
Duidelijk is wel, dat het voortkomt moet komen uit een serie van overeenkomstige, numineuze ervaringen. Zou slechts een persoon een dergelijke ervaring hebben en die proberen te vertalen naar de realiteit van het dagelijks menselijke bestaan, dan zou daarvoor geen draagkracht ontstaan. Als maar een wetenschapper de ingeving had gekregen dat het binnen de menselijke mogelijkheden ligt om ruimtereizen te maken, dan had Neil Armstrong nooit voet op de maan gezet.

Onbewuste niet censureren
Het onbewuste, het deel van onze psyche dat we het liefst verdoezelen en ontkennen omdat we bang zijn voor de onbekende en oncontroleerbare inhoud ervan, is de motor van onze inspiratie en creativiteit, de oorsprong waaruit iedere vernieuwing voortkomt. We hebben onze dogma’s nodig om niet volkomen uitgeleverd te worden aan het onbewuste, en tegelijkertijd: als we de dogma’s niet leren zien voor wat ze zijn en de censuur die op de uitingen van het onbewuste ligt, niet langzamerhand opheffen, is er weinig hoop dat we ooit ophouden met knokken.
Paradoxaal genoeg wordt van origine juist binnen tal van geloofsovertuigingen en culturen de werkelijke godservaring gezocht. In de meeste oude religies kennen we ze als sacramenten die in de loop der tijd zijn uitgehold en nu vooral een ritueel belang hebben gekregen. In meer dynamische geloofsbelijdenissen zoals het sjamanisme of binnen de Santo Daime kerk worden die ervaringen doelbewust gezocht met behulp van geestverruimende middelen. Is het toeval dat naar mate ons wereldbeeld breder en onze kennis groter wordt, we ons meer en meer van de oude religies afkeren en gelijktijdig drugs en antidepressiva meer en meer geïntegreerd raken in onze cultuur? Of heeft dat te maken het feit dat binnen de kerken de zo onontbeerlijke dogma’s verouderd zijn, en zo star geworden dat de oorspronkelijke, werkelijke godservaring nauwelijks meer herkenbaar voor ons is?

‘An Inconvenient Truth’, het nieuwe dogma
In meer dan een opzicht hebben we dus nieuwe dogma’s nodig. Dogma’s die aansluiten bij ons wereldbeeld en die cultuuroverschrijdend zijn, willen we kunnen stoppen met oorlog voeren. Wie denkt dat daar geen hoop op is, moet maar eens kijken naar ‘An Inconvenient Truth’ van Al Gore. Hij heeft die film vanuit zijn numineuze ervaringen gemaakt en hoewel hij het echt vooraf niet zo heeft bedacht, is het bij uitstek geschikt om uit te groeien tot een cultuuroverschrijdend dogma.
De problematiek wordt breed genoeg dragen en de symboliek bestaat uit vertalingen van archetypes die in iedere ziel liggen verankerd. De mens heeft schuld aan het probleem (het fundament van iedere geloofsbelijdenis, voor zover mij bekend) en doet boete. Het godsbeeld is vervangen door de natuur, de duivel door de klimaatsverandering en de rampen die dat ten gevolg heeft, kunnen de mensheid uitroeien. We zijn dus in een moderne vorm samen – en zonder onderscheid in culturele, sociale of religieuze achtergronden – onderweg naar de dag des oordeels. En dat is bij uitstek de basis om tot een collectief dogma met gedeelde en door iedereen begrepen rituelen te komen.

Gore is geen profeet
Natuurlijk is dat niet allemaal aan Gore toe te schrijven en moeten we vooral uitkijken hem niet tot een nieuwe profeet te bombarderen, want dan zijn we weer terug bij af. We zijn al jaren geleden begonnen met onderzoeken naar klimaatsveranderingen, klimaattoppen te beleggen en verdragen te sluiten. De aanzet tot het dogma ligt er dus al veel langer. ‘An Inconvenient Truth’ heeft het alleen voor iedereen begrijpbaar en inzichtelijk gemaakt, en de populariteit ervan doet de rest. Juist omdat het om de natuur gaat, waarin ieder van ons het goddelijk herkent, is Gore er met zijn beelden in geslaagd mensen wereldwijd aan te spreken. De noodzaak tot verandering is letterlijk van levensbelang, en schept een saamhorigheid die in de toekomst hopelijk niet alleen de wereld zoals wij die nu kennen van de ondergang zal redden maar ons misschien ook zal leren in vrede samen te leven. Want wie we ook aanroepen in onze gebeden, we zullen allemaal spaarlampen in moeten draaien.