Zeelucht, wat ik u brom

De dag kriekt nog nauwelijks als ik al naast mijn bed sta. Voor het slaapkamerraam rek en strek ik, geeuw de laatste slaap uit mijn lijf. In de verte staat een paard nog te dromen, het hoofd licht gebogen, de hals ontspannen. De scholeksters zijn al uit de veren, en de zwaluwen kondigen in hun hoge vlucht een mooie dag aan. Achterin het weiland huppelt een eenzame haas. Zijn speelkameraadjes liggen zo te zien nog op een lang oor. Ik ben hier op het eiland net zo thuis als in de stad. Beneden vul ik op de automatische piloot de

Lees verder »

Meer bij mij

Hij snurkt een beetje. Zijn lange lijf ligt schuin in het grote bed. Zijn voeten vallen onbedekt over de rand. Een pufje wordt afgewisseld door een korte, tevreden kreun. Dan gaat er weer een boom om. Ik zou hem nu zachtjes een por moeten geven en de daarop volgende momenten van stilte moeten benutten om zelf in slaap te vallen. Maar ik ben nog even klaarwakker. Ik steek een sigaret op, neem een teugje van mijn cava. En mijmer nog wat. In zijn ontspannen slapend gezicht hebben kleine rimpels een permanent onderkomen gevonden. Hij draagt zijn haren korter dan ik

Lees verder »