Als er voor peutertheater een Top 40 zou zijn, dan kwam ‘Oma Koprol’ met stip binnen. Het Blauwe Huis levert een schoolvoorbeeld af van wat goed peutertheater kan, en ook zou moeten zijn. Regisseur Gérard Pillen heeft niets aan het toeval overgelaten en deze productie kenmerkt zich dan ook door een mate van professionaliteit, kunstzinnigheid en respect voor de doelgroep waaraan menig theatermaker binnen deze lastige discipline een voorbeeld kan nemen.

De bijna zeventigjarig Klaske Bruinsma speelt een glansrol als Oma Koprol. Ze is inderdaad lief, gek en een beetje stout. De ervaren mimespeelster beschikt over een heldere lichaamstaal en weet feilloos emoties en gedachten over te brengen zonder dat ze een woord spreekt. Helemaal tekstloos is dit stuk overigens niet. Gelukkig niet, want de weinige tekst is niet alleen heel functioneel bij het aanspreken van de verschillende leeftijdsgroepen maar zet ook de toon en de sfeer. Het publiek is op bezoek bij oma, en dus komen er koekjes, spelletjes en natuurlijk een mooie koprol voorbij.

Voor het toneelbeeld heeft Pillen zijn inkopen bij Ikea gedaan, en van een paar eenvoudige roomdividers multifunctionele decorstukken gemaakt. Samen met wat lampen en kleedjes vormen die de – ietwat moderne maar toch aannemelijke – huiskamer van oma. Deze voorstelling zit vol met geweldige vondsten. De dingen die Bruinsma met een rollator, een appel en een herenpak uithaalt, zijn hilarisch en kunnen rekenen op enthousiaste bijval van de kinderen. Die laten sowieso flink van zich horen en betonen zich echte ‘dol op oma-kindertjes’.

Toch is ‘Oma Koprol’ niet alleen maar geestig. Al snel wordt duidelijk dat de oude vrouw opa mist. Op de vraag van één van de kinderen waar opa dan is, antwoordt ze kort maar krachtig: „dood”. De allerkleinsten malen er getrouw hun leeftijd niet om, maar bij de wat oudere kinderen en volwassenen sluipt nu ook langzaam de ontroering binnen in deze opmerkelijke theaterervaring. De handelingen van oma, die eerst alleen maar leuk en gek waren, komen in een ander licht te staan als steeds duidelijker wordt dat die enerzijds worden ingegeven door rouw en anderzijds door beginnende dementie. Deze levensechte situatie maakt de voorstelling nergens te zwaar, en versterkt juist de humor van de, vaak zo herkenbare en doorvoelbare voorvallen.

Pillen bevindt zich hiermee in het gezelschap van een kleine, selecte groep theatermakers die het aandurft om volwassen thema’s binnen een realistische setting te gebruiken in voorstellingen voor de allerkleinsten, en toont net als de meeste van deze vakgenoten aan, dat dit niet alleen prima kan, maar ook nog eens prachtige stukken oplevert.