Brief aan Mars – VII

DigiGigi

Lieve Mars,

Zelfs je naam lijkt verder weg. Ik hoor je stem niet meer en ik droom niet langer over je. Nu en dan hoor ik, zo zacht en zo sereen, de echo van je ziel weerklinken in de dingen die ik doe. Het is niet dat je verdwenen bent. Zoals je vijf maanden geleden in aarde bent begraven, zo ben je ook in mij begraven. Ik denk dat dit misschien de laatste brief is die ik je schrijf.

Het is een lange winter geweest. Nu jubelt de Grote Lijster iedere ochtend haar mooiste repertoire tegen de standvastige, grijze wolkensluier, en zal ze binnenkort, een Sirene gelijk, diens wil breken. Het komt me voor dat de bomen, de heesters en de struiken op haar gezongen aanwijzingen ritmisch ontbotten en het zal niet lang duren voor de magische nachten beginnen waarin je, wanneer je heel stil en aandachtig luistert, de natuur haar groeispurt hoort maken. En het zal lijken alsof het van de ene op de andere dag stralend voorjaar is geworden.

Voor mij is het alsof ik weer een stuk van mijn zoektocht heb afgerond. Jou verliezen was misschien wel het pijnlijkste dat ik tot dusver heb meegemaakt. Ik kan je niet vertellen hoe alleen ik me heb gevoeld. Niet omdat het me aan vrienden of afleiding ontbrak, maar omdat ik met bijna niemand herinneringen over jou heb kunnen ophalen. Zo vaak wilde ik over jou vertellen en dan slikte ik het maar weer in, omdat mijn gehoor jou nu eenmaal niet heeft gekend. Al heel snel na je begrafenis vroeg er niemand meer naar jou. En op speciale dagen kwam er niemand op het idee dat ik je misschien wel extra miste en behoefte had aan gezelschap. Ik heb me verlaten gevoeld, zeker toen op Oudejaarsavond het vuurwerk losbarstte en ik er niet meer om heen kon. Ik stond in mijn ochtendjas en mijn blote voeten in sandalen gestoken en met een muts tot over mijn oren getrokken, in het donker over de balustrade van het balkon geleund en praatte hardop tegen jou. Maar nu is dat voorbij.

Ik voel me beter, veel beter. Ik heb niet langer het gevoel dat ik de dood te slim af moet zijn door zo snel mogelijk zoveel mogelijk genot na te jagen. De voortdurende impuls om seksuele bevrediging bij verschillende mannen te zoeken is weer verdwenen. Misschien zou ik het zonder VT nog wel hebben. Maar de behoefte is, denk ik, niet zo zeer puur seksueel, maar heeft veel meer te maken met dat ik me vrouwelijk, begeerd en levend wil voelen. En hij maakt dat ik me zo voel. Het doet er nu niet meer toe, dat er soms veel tijd tussen onze ontmoetingen zit.

Ik ben gaan begrijpen dat verlangen vooral een hele mooie gemoedstoestand is, mits er iets concreets is om naar uit te zien en om het verlangen op te richten. Verlangen dat in het luchtledige blijft hangen is een kwelling. Om niet te weten of en wanneer je iemand weer ziet, zelfs al zegt hij dat het snel zal zijn, vind ik onverdraaglijk. Maar nu, met telkens een nieuwe datum in mijn agenda, is verlangen een heel zoet en opwekkend middel. Ik krijg er energie van. En het creeert ook de rust en de ruimte om allerlei andere aspecten van mijn leven op te pakken.

Ik ben begonnen met een studie. Je had het vast leuk gevonden om me te overhoren. Of misschien had je wel meegedaan want het ligt ook wel in de lijn van jouw toekomstplannen. Ik ben al op de helft van het eerste deel en ik ben pas vorige week begonnen. Dat bedoel ik met energie hebben; ik kan weer snel nadenken en opnemen, en mijn geheugen is niet langer een zeef waar alles maar doorheen dondert. Ik slaap weer zonder iedere nacht een aantal keren op te schrikken. De vogels spelen daar ook een rol in; de natuur was de afgelopen maanden in alle opzichten te stil.

Ik geloof dat ik behoorlijk gelukkig ben. Ik rijg een ketting van geluksmomenten en hoewel het rijgen op zichzelf niet voor euforie zorgt, het vinden en bewonderen van de kralen doet dat wel. Natuurlijk brengt niet ieder kraaltje me in opperste extase. Maar weet je wat ik merk? Ik put al die geluksmomenten uit dezelfde bron. In mij zit vreugde.

Ik kan zo blij worden van dingen die ik altijd heel vanzelfsprekend heb gevonden en waar ik nooit bij stil stond. Met een tas vol boodschappen naar huis wandelen en weten dat er geen enkel overbodig of ongezond product in mijn mandje is beland, daar word ik vrolijk van. Van bloeiende narcissen ontdekken terwijl de sneeuwklokjes nog amper hun kopjes boven de grond hebben uitgestoken. Van de dagelijkse groene duikvlucht van de parkieten die rakelings langs het balkon scheren. Van een kop koffie en een snee notenbrood met boter. Van het dagelijks uitpersen van drie sinasappelen. Van het gevoel van de stroom koud water die via mijn mond voelbaar naar mijn buik loopt. Iedere dag zijn er zoveel momenten waar ik vrolijk van word, dat ik soms hardop begin te schateren. En tussendoor ben ik best wel eens verdrietig of door angst overmand, maar eigenlijk hoef ik dan alleen maar op zoek te gaan naar het volgende ogenblik van plezier. Dat leer ik iedere dag een beetje beter.

Toen je dood ging, kon ik me niet voorstellen dat ik ooit weer pret zou maken en van het leven zou kunnen genieten. Maar toch doe ik dat, en misschien wel beter dan daarvoor.

Liefs,
Gigi

 

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*