De wet van leven en dood

41 gelezen
4 minuten leestijd
DigiGigi

Midden in de nacht strijken de muzikant, de filosoof, de acteur en ik neer op de brede, stenen trap naast het nachtcafe. We worden afgeschrikt door de harde dansmuziek en de warme, zweterige sfeer en verkiezen de koele en stille nachtlucht, het uitzicht over de Prinsengracht en op de verlichte Westertoren als entourage voor onze gesprekken. Het overtreden van de terraswet wordt ons oogluikend toegestaan, ongetwijfeld ook vanwege het buisje in de keel van de acteur, die zijn toneelstem aan de kanker heeft verloren.

De filosoof moppert dat het eigenlijk allemaal onzin is, die liefde en dat een solitair bestaan te verkiezen is. Ik lach hem liefkozend uit en hij lacht mee. We zijn het hartgrondig eens dat de essentie van het leven niet in het cerebrale te vinden is maar in de gevoelswereld. De filosoof, gegrepen in een ontluikende liefde, vertelt hoe hij ‘s avonds laat met zijn uitverkorene naar huis wandelde en zich verheugde op de intimiteit van haar onverdeelde aandacht. Hij had een slechte dag gehad en verlangde naar haar troost. Maar hun avondwandeling werd verstoord door een opdringerige junk en haar, zo poneerde hij het met minachtende stemverheffing en een vloek, Florence Nightengale syndroom.

Hij heeft een scala van logische redenen waarom hij beter af is zonder haar en die, zo weten we beiden, nonsens zijn. Met dit soort logica worden excuses gecreeerd in een poging te ontsnappen aan de angst iemand te verliezen. Dat is begrijpelijk want als er een universele natuurwet is, dan is het die van leven en dood. Het afscheid van onze beminden is onontkoombaar en hoewel we veel beter zijn toegerust om daar mee om te gaan dan we beseffen, jaagt die gedachte ons de meeste vrees aan.

Er is een heel belangrijke element aan verdriet, dat we cognitief kunnen begrijpen maar dat jammerlijk genoeg maar heel moeizaam in onze emotionele belevingswereld wordt geintegreerd. Ons vermogen om met verdriet om te gaan groeit voortdurend, ongeacht de omvang of de frequentie van de smart. Onze angst, die vooral stoelt op herinneringen aan hoe pijnlijk gebeurtenissen uit het verleden waren, is dus per definitie altijd veel groter dan gerechtvaardigd is want in die angst wordt de persoonlijke groei en het rijpingsproces helemaal niet meegewogen. Je kunt in die zin nooit minder weten dan je geleerd hebt en dus kan het alleen maar makkelijker worden om met verdriet om te gaan en niet moeilijker.

Er zijn geen sluiproutes om te ontkomen aan de pijn van een verlies. Een afscheid ligt altijd al onvermijdelijk in de toekomst en alleen het moment waarop dat zich aandient is onvoorspelbaar. Het gebrek aan controle over het tijdsverloop in combinatie met de veronderstelling dat hoe langer je iemand kent, hoe pijnlijker het afscheid wordt is vaak de initiirende kracht achter het verbreken van relaties. Ironisch genoeg wordt afscheid nemen juist gemakkelijker na mate je iemand langer kent en niet moeilijker. De tijd werkt voor ons en niet tegen ons maar merkwaardig genoeg ervaren we juist de tijd als belangrijkste hindernis voor de verwerkelijking van onze geluksmomenten.

Een solitair bestaan is tegennatuurlijk voor mensen en wordt alleen door hele bange mensen geleefd. Ieder van ons is een nazaat van Narciscus en we kunnen niet anders dan ons zelf in andere mensen spiegelen om te begrijpen wie we zijn en hoe we ons verhouden ten opzichte van wat we ervaren. Hoe mooier het spiegelbeeld is, des te banger worden we. We zijn natuurlijk bang dat de spiegel zal breken of dat we die zullen verliezen maar we zijn vooral bang om te geloven dat de schoonheid die we zien werkelijk een reflectie is van wie we zelf zijn.

Kijk je in een glad wateroppervlak en zie je jezelf helder weerspiegelt, dan vervormt het beeld zodra je met je handen door het water roert. Op dezelfde manier laten we platte steentjes over de vijver van onze belangrijkste relaties scheren. We maken ruzie en creeren afstand, enkel en alleen om eigenschappen van onszelf die we beter kennen en waarin we vanuit onze aangetaste eigenwaarde wel durven te geloven in de ander weerspiegelt te zien. Dat de ander net zo bang en net zo kwetsbaar is en dat we ons helemaal niet hoeven te beschermen wanneer we dat aan elkaar en onszelf durven te bekennen en te accepteren, ontgaat ons vaak.

We weten niet beter dan te anticiperen op verlies en we verlaten het schip al voordat er uberhaupt een ijsberg in zicht is. We steggelen en onderhandelen over de vorm, over hoeveel en hoe vaak en bij wie en wat te doen. We fantaseren ons eigen Utopia en baseren daar onze toekomstverwachtingen op. We doen heel veel moeite om iets te beheersen dat niet beheerst hoeft en niet beheerst kan.

Door mijn relatie met en de dood van Mars ben ik me gaan realiseren hoe zinloos het is om me druk te maken over de toekomst, over hoe een relatie eruit moet zien of om te proberen om een relatie een richting op te sturen. We werden zo intens blij van van elkaar aanraken en het was zo gemakkelijk en zo natuurlijk om samen te zijn, om te lachen, te praten, te vrijen, te koken, boodschappen te doen of naar het toilet te gaan met de deur open. Hij huilde hartverscheurend toen hij me bekende dat hij niet begreep hoe het zo goed kon voelen en hoe hij zo over kon borrelen van blijdschap en liefde en gelijkertijd kon denken dat we geen toekomst hadden. Ik paste niet in zijn plaatje en onze tijd samen raakte ongemerkt op.

Ik heb me afgevraagd of het tussen ons goed gekomen zou zijn als hij was blijven leven. En natuurlijk geen antwoord gevonden want de klok is nu eenmaal op 19 september 2003 gestopt. In mijn allerverdrietigste momenten heb ik wel eens gewenst dat ik hem nooit had ontmoet. Zoveel tranen om het missen van een mens. Maar ik had het ook nooit willen missen en ik zou het zo weer over doen. Het enige waar ik werkelijk spijt van heb zijn de verloren dagen. Om mezelf te beschermen heb ik in de laatste dagen voor zijn vertrek afstand genomen. Ik had hem nog veel vaker kunnen vertellen hoe mooi, hoe bijzonder, hoe prachtig ik hem vond, ik had in zijn armen kunnen slapen, zijn geur op kunnen snuiven en me domweg gelukkig voelen omdat we samen waren maar ik durfde niet. Die angst heeft me niet beschermd tegen de pijn van het afscheid. En mijn afstand heeft het afscheid niet voorkomen en ik zal altijd weten dat ik minder herinneringen aan Mars bij me draag dan ik had kunnen tillen.

Latest from Blog